Officiële brief / Aanmaning.
Origineel
Officiële brief / Aanmaning. 5 juli 1939. MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 26/32/2 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _
[Handgeschreven in potlood: Verzonden 5/7]
AMSTERDAM (W.) 5 Juli 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer A. Harpman,
Nwe. Prinsengracht 56 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Dapperstraat te betalen, waarschuw ik U hierby, dat U alsnog vóór 8 Juli a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wys U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blyft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 10 Juli a.s. onherroepelyk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (byvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellyk myn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
[Ongetekend exemplaar]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele ingebrekestelling wegens een betalingsachterstand van meer dan drie weken. De toon is zakelijk en dwingend: de ontvanger krijgt slechts drie dagen de tijd (tot 8 juli) om de schuld te voldoen, anders volgt de sanctie van het intrekken van de vergunning voor de standplaats op de Dappermarkt.
Opvallend is de expliciete vermelding van sociale omstandigheden ("omdat U steun geniet" of ziekenhuisopname) als geldige reden voor uitstel of coulance. Dit duidt op een bureaucratisch proces dat rekening houdt met de precaire economische situatie van veel marktkooplieden in die tijd. De spelling ("hierby", "wys", "blyft", "onherroepelyk") is conform de toen geldende spelling-Marchant, waarbij de 'y' nog frequent werd gebruikt in plaats van de moderne 'ij'. De brief dateert van juli 1939, de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam kampte op dat moment nog steeds met de naweeën van de economische crisis van de jaren '30. De Dappermarkt was (en is) een volksmarkt in Amsterdam-Oost.
De geadresseerde, de heer A. Harpman, woonde aan de Nieuwe Prinsengracht, een straat in de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de brief een standaard administratieve handeling van het Marktwezen lijkt, krijgt het document historisch gewicht door de wetenschap dat de Joodse bevolking van Amsterdam minder dan een jaar later onder de Duitse bezetting te maken zou krijgen met vergaande uitsluiting van het economisch en openbaar leven, waaronder een verbod op het uitoefenen van handel op openbare markten.