Archief 745
Inventaris 745-279
Pagina 162
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / interne memo.

23 augustus 1939. Van: Een ambtenaar van het marktwezen (ondertekening lijkt op "Heuvink"). Aan: De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke correspondentie / interne memo. 23 augustus 1939. Een ambtenaar van het marktwezen (ondertekening lijkt op "Heuvink"). De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Opmerking: Onderstrepingen in de originele tekst zijn in de transcriptie overgenomen.

No 26/36/1 M 1939 10/7
Aan den Inspecteur
v.h. Marktwezen
Westerstraat. alhier.

Wat het verzoek van fol: No. 23 G Gobits
betreft meld ik U het volgende.
G Gobits heeft assistentie vergunning
voor Mej Eva Sluis. Deze heeft thans zelf
een vaste plaats op de Westerstraat en maakt
vanaf dien tijd geen gebruik meer van
genoemde vergunning. Deze vergunning
kan dan ook, gezien dit nieuwe verzoek, als
afgedaan beschouwd worden. Wat nu het nieuwe
verzoek betreft, lijkt het mij niet gewenscht dit
toe te staan, temeer daar de koopman vrachtwaren-
en de handel op de markt brengt, en Gobits alleen
noodig heeft voor zijn marktplaats.

23 Augustus 1939. (getekend) Heuvink Dit schrijven betreft een administratief advies over marktvergunningen op de Westerstraatmarkt in Amsterdam. De kernpunten zijn:
1. Vervallen vergunning: Marktkoopman G. Gobits beschikt over een assistentievergunning voor Mej. Eva Sluis. Omdat zij inmiddels een eigen vaste standplaats heeft verworven, is deze vergunning feitelijk overbodig en kan deze als afgehandeld worden beschouwd.
2. Afwijzing nieuw verzoek: Er ligt een nieuw verzoek van Gobits (vermoedelijk voor een nieuwe assistent of uitbreiding). De ambtenaar adviseert de inspecteur dit verzoek af te wijzen.
3. Motivering: De reden voor de afwijzing is dat de betreffende koopman (of de gewenste uitbreiding) te veel "vrachtwaren en handel" met zich meebrengt, wat waarschijnlijk logistieke problemen of ongewenste drukte op de markt veroorzaakt. Men is van mening dat Gobits voldoende heeft aan zijn eigen toegewezen marktplaats. Het document dateert van augustus 1939, slechts enkele dagen voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Westerstraatmarkt in de Jordaan een essentieel onderdeel van het Amsterdamse handelsleven. De genoemde namen, Gobits en Sluis, zijn veelvoorkomend in de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die een prominente rol speelde in de markthandel. De strenge regulering van assistentievergunningen en standplaatsen was bedoeld om de ordelijkheid en de economische balans op de overvolle Amsterdamse markten te bewaken. De nadruk op het weren van extra "vrachtwaren" wijst op de beperkte fysieke ruimte voor opslag en transport in de smalle straten rondom de markt.

Samenvatting

Dit schrijven betreft een administratief advies over marktvergunningen op de Westerstraatmarkt in Amsterdam. De kernpunten zijn:
1. Vervallen vergunning: Marktkoopman G. Gobits beschikt over een assistentievergunning voor Mej. Eva Sluis. Omdat zij inmiddels een eigen vaste standplaats heeft verworven, is deze vergunning feitelijk overbodig en kan deze als afgehandeld worden beschouwd.
2. Afwijzing nieuw verzoek: Er ligt een nieuw verzoek van Gobits (vermoedelijk voor een nieuwe assistent of uitbreiding). De ambtenaar adviseert de inspecteur dit verzoek af te wijzen.
3. Motivering: De reden voor de afwijzing is dat de betreffende koopman (of de gewenste uitbreiding) te veel "vrachtwaren en handel" met zich meebrengt, wat waarschijnlijk logistieke problemen of ongewenste drukte op de markt veroorzaakt. Men is van mening dat Gobits voldoende heeft aan zijn eigen toegewezen marktplaats.

Historische Context

Het document dateert van augustus 1939, slechts enkele dagen voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Westerstraatmarkt in de Jordaan een essentieel onderdeel van het Amsterdamse handelsleven. De genoemde namen, Gobits en Sluis, zijn veelvoorkomend in de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die een prominente rol speelde in de markthandel. De strenge regulering van assistentievergunningen en standplaatsen was bedoeld om de ordelijkheid en de economische balans op de overvolle Amsterdamse markten te bewaken. De nadruk op het weren van extra "vrachtwaren" wijst op de beperkte fysieke ruimte voor opslag en transport in de smalle straten rondom de markt.