Archief 745
Inventaris 745-279
Pagina 186
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Administratief bijblad/notitie (Model No. 14) betreffende een arbeids- of assistentievergunning.

Diverse data in augustus 1939 (2/8, 18/8, 23/8, 26/8, 28/8).

Origineel

Administratief bijblad/notitie (Model No. 14) betreffende een arbeids- of assistentievergunning. Diverse data in augustus 1939 (2/8, 18/8, 23/8, 26/8, 28/8). [Gedrukt kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 26/40/1 1939
DOORGEZONDEN: 2/8

[Bovenaan midden/rechts:]
L. van Collem [Transvaalkade 111 II] [327]
pl. 133 Dapperstraat
geen assistentievergunning

[Centrale tekst:]
m.i. geen bezwaar
tegen verleenen van
assistentie - geen vervanging -
tot wederopzegging, uitsluitend
voor den Zaterdag door Mej. C. Prins, geb. 25/6 1921.
Deze Juf. is van Maandag t/m Vrijdag in de
diamantindustrie en daar worden voor haar
reeds rentezegels geplakt.

[Aantekeningen/paraferen rechterzijde:]
oproepen
[Paraaf] 18/8 '39
23/8

opr. distr.
advies
[Paraaf] 4/8 '39

[Onderaan:]
26/40/2
28/8/39 [Paraaf]

Briefje zenden
[Paraaf] 23/8 '39
26-8-'39 [afk. mogelijk 'amp.']

[Gedrukt linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: De notitie betreft de beoordeling van een aanvraag voor een "assistentievergunning". Het gaat hierbij waarschijnlijk om hulp bij een marktkraam (verwijzing naar "pl. 133 Dapperstraat", waarbij 'pl.' staat voor 'plaats').
* Besluitvorming: De behandelend ambtenaar ziet "geen bezwaar" om Mej. C. Prins als assistente toe te staan, maar uitsluitend op zaterdagen. De voorwaarde is dat zij niet als volledige vervanging dient ("geen vervanging").
* Sociaal-economische status: De assistente, C. Prins (op dat moment 18 jaar oud), werkt doordeweeks in de diamantindustrie. De opmerking over "rentezegels" is cruciaal; dit betekent dat zij officieel in loondienst is en verzekerd is voor de Invaliditeits- en Ouderdomswet. Omdat zij al via haar hoofdbaan verzekerd is, vormt de zaterdaghulp geen complicatie voor de sociale premie-afdracht.
* Geografie: De genoemde adressen (Transvaalkade, Dapperstraat) plaatsen dit document in Amsterdam-Oost. Dit document stamt uit augustus 1939, vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft inzicht in de strikte regulering van arbeid in Nederland tijdens de crisisjaren. Voor kleine zelfstandigen (zoals marktkooplieden in de Dapperstraat) was een officiële vergunning nodig om assistentie te mogen hebben.

De namen L. van Collem en C. Prins, in combinatie met de diamantsector en de Transvaalbuurt, wijzen met grote waarschijnlijkheid op een Joodse achtergrond van de betrokkenen. In deze periode was de diamantindustrie in Amsterdam een belangrijke werkgever voor de Joodse bevolking. Dergelijke documenten zijn vaak terug te vinden in archieven van de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun of de Marktwezen-administratie en vormen een stille getuige van het alledaagse leven vlak voor de bezetting.

Samenvatting

  • Onderwerp: De notitie betreft de beoordeling van een aanvraag voor een "assistentievergunning". Het gaat hierbij waarschijnlijk om hulp bij een marktkraam (verwijzing naar "pl. 133 Dapperstraat", waarbij 'pl.' staat voor 'plaats').
  • Besluitvorming: De behandelend ambtenaar ziet "geen bezwaar" om Mej. C. Prins als assistente toe te staan, maar uitsluitend op zaterdagen. De voorwaarde is dat zij niet als volledige vervanging dient ("geen vervanging").
  • Sociaal-economische status: De assistente, C. Prins (op dat moment 18 jaar oud), werkt doordeweeks in de diamantindustrie. De opmerking over "rentezegels" is cruciaal; dit betekent dat zij officieel in loondienst is en verzekerd is voor de Invaliditeits- en Ouderdomswet. Omdat zij al via haar hoofdbaan verzekerd is, vormt de zaterdaghulp geen complicatie voor de sociale premie-afdracht.
  • Geografie: De genoemde adressen (Transvaalkade, Dapperstraat) plaatsen dit document in Amsterdam-Oost.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1939, vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft inzicht in de strikte regulering van arbeid in Nederland tijdens de crisisjaren. Voor kleine zelfstandigen (zoals marktkooplieden in de Dapperstraat) was een officiële vergunning nodig om assistentie te mogen hebben.

De namen L. van Collem en C. Prins, in combinatie met de diamantsector en de Transvaalbuurt, wijzen met grote waarschijnlijkheid op een Joodse achtergrond van de betrokkenen. In deze periode was de diamantindustrie in Amsterdam een belangrijke werkgever voor de Joodse bevolking. Dergelijke documenten zijn vaak terug te vinden in archieven van de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun of de Marktwezen-administratie en vormen een stille getuige van het alledaagse leven vlak voor de bezetting.