Brief (klacht/verzoek om inlichtingen).
Origineel
Brief (klacht/verzoek om inlichtingen). 11 september 1909 (ontvangen/verwerkt op 13 september 1909 blijkens stempel). No 26/54/1 M. 1939 13/9
A'dam 11/9. 09
WelEdele Heer middag.
Ondergetekende richt zich tot u
met een vreendelj: [vriendelijk] verzoek, om eenige
inlichtingen. Ik heb iemand die met
Handel staat op 't Waterlooplein, Maandags,
op de Westerstraat en Zaterdags op de Dapperstraat
eenig geld bij die Handel gedeponeerd.
dat is geschied met medeweten van de Vrouw
dit is altijd goed gegaan, mijn vrouw was dan
ook altijd achter de stal dat ging altijd
zonder dergelijke opmerking. Maar nu is
er oneenigheid ontstaan tusschen Man en Vrouw
en dat is Verschenen Zaterdag op de Dapperstraat
tot uiting gekomen en daar wij vrijwel de dupe
van werden, mijn Vrouw en ik werden daardoor
de dienst doend Ambtenaar van 't Marktwezen
op een onbeschoft manier aangesproken
Wij moesten van de stal van daan en gouw [gauw]
anders breng ik je naar 't Lepperplein. (Politiebureau)
dit is tot geen optreden Mijnheer wij stonden er paf
van wij waren dat niet gewend, en de vrouw
van de bewuste koopman moest er achter de stal
en wij moesten weg
v G * Inhoud: De briefschrijver beklaagt zich over een incident op de Dappermarkt. Hij heeft schijnbaar geld geïnvesteerd in de nering van een marktkoopman die op diverse Amsterdamse markten staat. Terwijl de schrijver en zijn echtgenote bij de marktkraam ("stal") aanwezig waren, ontstond er ruzie tussen de koopman en diens vrouw. Een ambtenaar van het Marktwezen greep in en sommeerde de briefschrijver en zijn vrouw op grove wijze te vertrekken, met het dreigement hen naar het politiebureau te brengen.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel van opzet ("Ondergetekende", "WelEdele Heer"), maar bevat diverse spelfouten en fonetische spellingen ("vreendelj:", "gouw", "van daan"), wat wijst op een schrijver uit de arbeidsklasse die probeert een officiële instantie aan te spreken.
* Topografie: De brief noemt drie iconische Amsterdamse markten: het Waterlooplein (toen nog een dagelijkse markt, hier specifiek de maandag genoemd), de Westerstraat en de Dapperstraat. Het genoemde "Lepperplein" is vermoedelijk een verschrijving of lokale benaming voor het plein bij de Linnaeusstraat, waar destijds het politiebureau voor de Dapperbuurt gevestigd was. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de informele economie op de Amsterdamse markten rond 1900. Het Marktwezen hield streng toezicht op wie er achter de kramen mocht staan. De brief illustreert de frictie tussen burgers/kleine investeerders en de autoriteiten (marktmeesters). In deze periode was de Dappermarkt (sinds 1904 een officiële markt) volop in ontwikkeling als centraal punt voor de nieuwe wijken in Amsterdam-Oost. De genoemde handel op drie verschillende locaties was typerend voor marktkooplieden die een vaste route langs de diverse stadswijken volgden. Marktwezen