Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 21
Dossier 39
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijk rapport/brief.

23 februari 1943. Van: Een 'Contrôleur' van het Marktwezen (getekend J.J. Steginga).

Origineel

Ambtelijk rapport/brief. 23 februari 1943. Een 'Contrôleur' van het Marktwezen (getekend J.J. Steginga). Rapport.

Aan den Heer Inspecteur
van het Marktwezen, alhier.

Uit een informatie bleek mij, dat de brandstoffenhandel van den heer Vrijhoeven inderdaad was overgegaan naar een mij thans nog onbekend persoon (Blijft terloops in contrôle).

Dat neemt echter niet weg, dat den heer Vrijhoeven nog steeds loonzager is en meermalen ligt er een dekschuit met schaaldelen (kanthout) of boomstammen in den Rapenburgwal gemeerd aan zijn onderstuk.

Als de boomstammen groot en recht zijn, dan is het mogelijk, dat daar nog anders dan voor brandstoffen geschikt hout uit gezaagd wordt.

Hij zaagt voornamelijk voor Luycks inleggerij en voor My. De Blauwe Ster, dan in ik de marktgelden daar niet ter plaatse, maar bij bovengenoemde firma's.

Toen ik mij de eerste maal bij Dhr. Vrijhoeven vervoegde voor marktgelden, heb ik hem gevraagd of het brandhout was wat hij verwerkte, waarop hij mij vertelde, dat het geen brandhout maar blokjes voor gasgeneratoren waren.

Daarmede was het beslecht. Brandhout!

Ik hoop dat U deze kwestie maar aan mij overlaat, want geheel sterk staan wij ook niet er moet een weinig gemarchandeerd worden.

Niet al het hout is brandhout.

We kunnen eigenlijk eerst van brandhout spreken als het hout gezaagd en of gekloofd is tot kachelhout, zulks naar het oordeel der marktambtenaar.

De Rapenburgwal moet m.i. markt blijven, want Dhr. Vrijhoeven is daar niet alleen.

Ontheffing van marktgeld zou beslist misplaatst zijn.

Contrôleur
[w.g. J.J. Steginga]

Amsterdam, 23 Febr. 1943. In dit rapport doet een controleur verslag van een inspectie bij een zagerij/brandstoffenhandel aan de Rapenburgwal. De kern van het geschil is of er marktgeld (een vorm van belasting of staanplaatsgeld) betaald moet worden voor het hout dat daar per schip wordt aangevoerd.

De controleur merkt op dat Dhr. Vrijhoeven beweert dat hij geen "brandhout" verwerkt, maar "blokjes voor gasgeneratoren". De controleur ziet dit echter als een semantische discussie ("Brandhout!") en stelt dat het feitelijk op hetzelfde neerkomt. Hij adviseert de inspecteur om de zaak aan hem over te laten om te "marchanderen" (onderhandelen), omdat de juridische basis voor de heffing blijkbaar niet waterdicht is ("geheel sterk staan wij ook niet"). Hij wil voorkomen dat de locatie haar status als 'markt' verliest, omdat hij dan geen gelden meer kan innen bij Vrijhoeven en omliggende bedrijven. Het document is gedateerd in februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit verklaart een specifiek detail in de tekst: de "blokjes voor gasgeneratoren". Vanwege de extreme schaarste aan benzine en diesel tijdens de oorlog, werden veel vrachtwagens en bussen omgebouwd om op houtgas te rijden. Hiervoor was specifiek gedroogd en op maat gezaagd hout nodig.

Daarnaast weerspiegelt het document de bureaucratische werkelijkheid van die tijd: ondanks de oorlogssituatie ging de lokale belastingheffing en marktcontrole in Amsterdam gewoon door. De genoemde bedrijven, "Luycks inleggerij" (bekend van de mosterd en het zuur) en "De Blauwe Ster", waren bekende Amsterdamse ondernemingen. De Rapenburgwal ligt in de oude Jodenbuurt/Lastage-wijk, een gebied dat in 1943 door de deportaties en de oorlogsomstandigheden zwaar onder druk stond.

Samenvatting

In dit rapport doet een controleur verslag van een inspectie bij een zagerij/brandstoffenhandel aan de Rapenburgwal. De kern van het geschil is of er marktgeld (een vorm van belasting of staanplaatsgeld) betaald moet worden voor het hout dat daar per schip wordt aangevoerd.

De controleur merkt op dat Dhr. Vrijhoeven beweert dat hij geen "brandhout" verwerkt, maar "blokjes voor gasgeneratoren". De controleur ziet dit echter als een semantische discussie ("Brandhout!") en stelt dat het feitelijk op hetzelfde neerkomt. Hij adviseert de inspecteur om de zaak aan hem over te laten om te "marchanderen" (onderhandelen), omdat de juridische basis voor de heffing blijkbaar niet waterdicht is ("geheel sterk staan wij ook niet"). Hij wil voorkomen dat de locatie haar status als 'markt' verliest, omdat hij dan geen gelden meer kan innen bij Vrijhoeven en omliggende bedrijven.

Historische Context

Het document is gedateerd in februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit verklaart een specifiek detail in de tekst: de "blokjes voor gasgeneratoren". Vanwege de extreme schaarste aan benzine en diesel tijdens de oorlog, werden veel vrachtwagens en bussen omgebouwd om op houtgas te rijden. Hiervoor was specifiek gedroogd en op maat gezaagd hout nodig.

Daarnaast weerspiegelt het document de bureaucratische werkelijkheid van die tijd: ondanks de oorlogssituatie ging de lokale belastingheffing en marktcontrole in Amsterdam gewoon door. De genoemde bedrijven, "Luycks inleggerij" (bekend van de mosterd en het zuur) en "De Blauwe Ster", waren bekende Amsterdamse ondernemingen. De Rapenburgwal ligt in de oude Jodenbuurt/Lastage-wijk, een gebied dat in 1943 door de deportaties en de oorlogsomstandigheden zwaar onder druk stond.

Locaties

Amsterdam.