Handgeschreven ambtelijke of zakelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke of zakelijke notitie. 19 maart 1943. A’dam, 19/3 1943
Vrijhoeven
_____
Naar aanleiding van
Uw brief dd. 18 Febr. jl
deel ik U mede, dat aan
het daarin vervatte ver-
zoek niet kan worden
voldaan, aangezien mij
onverwacht is gebleken,
dat het door U op de
brandstoffenmarkt aan-
gevoerde hout als brand-
hout wordt verkocht.
[Initialen, mogelijk AH]
21/6/2 [in rood]
[paraaf/teken in rood] Het document betreft een formele afwijzing van een verzoek dat op 18 februari 1943 door de heer of firma Vrijhoeven was ingediend. De kern van de afwijzing ligt in het feit dat de afzender heeft geconstateerd dat het hout dat door de aanvrager op de markt wordt gebracht, als brandhout wordt verkocht. De nadruk op het woord "niet" (onderstreept) duidt op een definitieve beslissing. Het gebruik van ambtelijke terminologie zoals "dd." (de dato) en "jl" (jongstleden) wijst op een formele correspondentie, waarschijnlijk vanuit een controlerende instantie. De datum van de brief, maart 1943, valt midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een grote schaarste aan brandstoffen (kolen, gas en hout). De handel in brandstoffen stond onder streng toezicht van de bezetter en lokale distributiekantoren. Het verkopen van hout als brandhout op de "brandstoffenmarkt" was waarschijnlijk aan strikte quota of vergunningen gebonden. De afwijzing suggereert dat de aanvrager mogelijk een verzoek had gedaan voor een andere bestemming of een specifieke vrijstelling, maar dat de feitelijke handelspraktijk (verkoop als brandhout) leidde tot een weigering van het verzoek. De rode cijfers linksonder zijn typisch voor een archief- of dossierregistratie uit die tijd.