Archief 745
Inventaris 745-279
Pagina 318
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Van: G. Blitz, Waterlooplein 62, Amsterdam Aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam

Origineel

G. Blitz, Waterlooplein 62, Amsterdam Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam No 26/69/1 M. 1939 27/10

G. Blitz. A’dam. 26 - 10 - ’39
Waterlooplein 62
Amsterdam. Den Heer Directeur
van het Marktwezen
Amsterdam

in insp.

Hoog Edel Gestr. Heer.
Geeft met verschuldigde eerbied te kennen G. Blitz. dat hij beleefd verzoekt, evenals het vorige jaar, om de winter vrijgesteld te worden zijn plaats te bezetten, op de markt aan de Dapperstraat.
Daar hij consumptie ijs bereider is en dit geen artikel is, wat in de winter gaat.
Daar hij kosten maakt en onkosten heeft en geen ontvangsten in de winter.
De contributie betaling blijft evenwel doorgaan.
In April of Mei a.s. wordt de plaats weder ingenomen.
U dankzeggend voor de goed gunstige beslissing teekent hij met verschuldigde eerbied.

G Blitz.

26 Dit document is een formele brief van G. Blitz aan de directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver verzoekt om een tijdelijke ontheffing voor het bezetten van zijn vaste staanplaats op de Dapperstraatmarkt gedurende de wintermaanden.

De argumentatie is van economische aard: Blitz is een bereider van consumptie-ijs, een product waarvoor in de winter geen markt is. Hij wijst erop dat het openhouden van de kraam in deze periode enkel kosten met zich meebrengt zonder inkomsten. Om zijn recht op de standplaats te behouden, benadrukt hij dat hij de vereiste contributie (marktgeld) gewoon zal blijven doorbetalen en dat hij de plek in het voorjaar (april of mei 1940) weer zal innemen. Hij refereert eraan dat dit verzoek "evenals het vorige jaar" wordt gedaan, wat duidt op een terugkerende seizoensgebonden regeling. De brief dateert van oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar nog vóór de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De administratieve gang van zaken in Amsterdam verloopt op dat moment nog op de gebruikelijke, vooroorlogse wijze.

De afzender, G. Blitz, woonde op Waterlooplein 62, een adres in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. De achternaam Blitz was een veelvoorkomende Joodse naam in die periode. De Dapperstraat, waar hij zijn standplaats had, was (en is nog steeds) de locatie van een van de belangrijkste dagmarkten van de stad. In de jaren '30 was de verkoop van ijs op straat of op de markt vaak een kleine zelfstandige nering, die sterk afhankelijk was van het weer. Het feit dat de brief formeel en met de nodige "verschuldigde eerbied" is opgesteld, is kenmerkend voor de toenmalige omgangsvormen tussen burgers en overheidsinstanties.

Samenvatting

Dit document is een formele brief van G. Blitz aan de directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver verzoekt om een tijdelijke ontheffing voor het bezetten van zijn vaste staanplaats op de Dapperstraatmarkt gedurende de wintermaanden.

De argumentatie is van economische aard: Blitz is een bereider van consumptie-ijs, een product waarvoor in de winter geen markt is. Hij wijst erop dat het openhouden van de kraam in deze periode enkel kosten met zich meebrengt zonder inkomsten. Om zijn recht op de standplaats te behouden, benadrukt hij dat hij de vereiste contributie (marktgeld) gewoon zal blijven doorbetalen en dat hij de plek in het voorjaar (april of mei 1940) weer zal innemen. Hij refereert eraan dat dit verzoek "evenals het vorige jaar" wordt gedaan, wat duidt op een terugkerende seizoensgebonden regeling.

Historische Context

De brief dateert van oktober 1939, kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar nog vóór de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De administratieve gang van zaken in Amsterdam verloopt op dat moment nog op de gebruikelijke, vooroorlogse wijze.

De afzender, G. Blitz, woonde op Waterlooplein 62, een adres in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. De achternaam Blitz was een veelvoorkomende Joodse naam in die periode. De Dapperstraat, waar hij zijn standplaats had, was (en is nog steeds) de locatie van een van de belangrijkste dagmarkten van de stad. In de jaren '30 was de verkoop van ijs op straat of op de markt vaak een kleine zelfstandige nering, die sterk afhankelijk was van het weer. Het feit dat de brief formeel en met de nodige "verschuldigde eerbied" is opgesteld, is kenmerkend voor de toenmalige omgangsvormen tussen burgers en overheidsinstanties.