Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 78
Dossier 4
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum.

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Markten of Belastingen).

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum. De Directeur (vermoedelijk van de Markten of Belastingen). [Links boven:]
21/19/2 M.

[Midden links:]
Ontheffing brandstoffen-
marktgeld ten name van H.Hübers
& Zonen.

[Rechts boven:]
[Handgeschreven:] H_m__ers [?]
[Stempel:] SV
3 September 1943.

[Rechts midden:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.


Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat H.Hubers & Zonen schip "Maria", ligplaats Prinsengracht aan de Noordermarkt, alhier, die voor het kalenderjaar 1943 met een vaartuig "No.3239", groot 52 tons ligplaats aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen, mij schriftelijk heeft medegedeeld, dat hij dit vaartuig met ingang van 9 Augustus 1943 heeft verkocht. Hubers voornoemd, wiens vaartuig op genoemden datum van de markt is vertrokken, verzoekt hem ontheffing van marktgeld te verleenen.

Van het terzake verschuldigde marktgeld à f. 52.- werd door hem betaald 3 termijnen à f. 13.- = f. 39.-. Indien Hubers zijn vaartuig per maand en per week ligplaats had doen innemen, zou hij tot 9 Augustus jl. verschuldigd zijn geweest:
7 x 52 x f. 0,10 = f. 36,40
2 x 52 x 2½ ct. = f. 2,60


tezamen f. 39.-

welk bedrag gelijk is aan hetdoor hem betaalde. Aan Hubers & Zonen voornoemd ware ontheffing te verleenen van het betalen van marktgeld van den vierden termijn à f. 13.-.

Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij Besluit van den Burgemeester, krachtens de bepalingen van artikel 10 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, aan Hubers voornoemd ontheffing van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van f. 13.-.

De Directeur,
[Niet ondertekend onderaan, handtekening bovenaan geplaatst] Het document is een formeel verzoek van een onbekende directeur aan de Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam om een belastingvrijstelling te verlenen aan de firma H. Hübers & Zonen. De firma exploiteerde het schip "Maria" (een vaartuig van 52 ton) op de brandstoffenmarkt aan de Prinsengracht/Noordermarkt.

Omdat het schip op 9 augustus 1943 werd verkocht, heeft de eigenaar de ligplaats voortijdig verlaten. Er was reeds 39 gulden betaald (drie van de vier termijnen). Uit de nauwkeurige berekening in de brief blijkt dat de verschuldigde som tot aan de datum van vertrek exact overeenkomt met het reeds betaalde bedrag (f. 39,-). De directeur adviseert daarom om de laatste termijn van 13 gulden kwijt te schelden op grond van "billijkheid".

De berekening is als volgt opgebouwd:
* 7 maanden liggeld over 52 ton à 10 cent per ton = f. 36,40.
* 2 weken liggeld over 52 ton à 2,5 cent per ton = f. 2,60.
* Totaal verschuldigd tot 9 augustus: f. 39,00. Het document dateert uit september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" is typerend voor deze periode; de distributie van voedsel en brandstoffen (zoals kolen en turf) was strikt gereguleerd en viel onder de verantwoordelijkheid van specifieke gemeentelijke diensten.

De brandstoffenmarkt aan de Prinsengracht nabij de Noordermarkt was een centrale plek in Amsterdam waar schepen met brandstof aanmeerden om de stad te bevoorraden. In de winter van 1943 was brandstof schaars en de handel stond onder strenge controle.

De administratieve toon en de verwijzing naar de "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden" laten zien dat het bureaucratische apparaat in Amsterdam, ondanks de oorlogsomstandigheden, zeer accuraat bleef functioneren tot op de cent nauwkeurig. De burgemeester waar naar verwezen wordt, was in 1943 de door de bezetter benoemde Edward Voûte.

Samenvatting

Het document is een formeel verzoek van een onbekende directeur aan de Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam om een belastingvrijstelling te verlenen aan de firma H. Hübers & Zonen. De firma exploiteerde het schip "Maria" (een vaartuig van 52 ton) op de brandstoffenmarkt aan de Prinsengracht/Noordermarkt.

Omdat het schip op 9 augustus 1943 werd verkocht, heeft de eigenaar de ligplaats voortijdig verlaten. Er was reeds 39 gulden betaald (drie van de vier termijnen). Uit de nauwkeurige berekening in de brief blijkt dat de verschuldigde som tot aan de datum van vertrek exact overeenkomt met het reeds betaalde bedrag (f. 39,-). De directeur adviseert daarom om de laatste termijn van 13 gulden kwijt te schelden op grond van "billijkheid".

De berekening is als volgt opgebouwd:
* 7 maanden liggeld over 52 ton à 10 cent per ton = f. 36,40.
* 2 weken liggeld over 52 ton à 2,5 cent per ton = f. 2,60.
* Totaal verschuldigd tot 9 augustus: f. 39,00.

Historische Context

Het document dateert uit september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" is typerend voor deze periode; de distributie van voedsel en brandstoffen (zoals kolen en turf) was strikt gereguleerd en viel onder de verantwoordelijkheid van specifieke gemeentelijke diensten.

De brandstoffenmarkt aan de Prinsengracht nabij de Noordermarkt was een centrale plek in Amsterdam waar schepen met brandstof aanmeerden om de stad te bevoorraden. In de winter van 1943 was brandstof schaars en de handel stond onder strenge controle.

De administratieve toon en de verwijzing naar de "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden" laten zien dat het bureaucratische apparaat in Amsterdam, ondanks de oorlogsomstandigheden, zeer accuraat bleef functioneren tot op de cent nauwkeurig. De burgemeester waar naar verwezen wordt, was in 1943 de door de bezetter benoemde Edward Voûte.