Getypte ambtelijke brief (doorslag/minuut).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag/minuut). 3 september 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling). [Handgeschreven: H muller]
[Handgeschreven: Verzonden 3/9]
SV
21/19/2 M.
3 September 1943.
Ontheffing brandstoffen-
marktgeld ten name van H. Hubers
& Zonen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat H. Hubers & Zonen schip "Maria", ligplaats Prinsengracht aan de Noordermarkt, alhier, die voor het kalenderjaar 1943 met een vaartuig "No. 3239", groot 52 ton, ligplaats aan een brandstoffenmarkt te dezer stede had ingenomen, mij schriftelijk heeft medegedeeld, dat hij dit vaartuig met ingang van 9 Augustus 1943 heeft verkocht. Hubers voornoemd, wiens vaartuig op genoemden datum van de markt is vertrokken, verzoekt hem ontheffing van marktgeld te verleenen.
Van het terzake verschuldigde marktgeld à f. 52.- werd door hem betaald 3 termijnen à f. 13.- = f. 39.-. Indien Hubers zijn vaartuig per maand en per week ligplaats had doen innemen, zou hij tot 9 Augustus jl. verschuldigd zijn geweest:
7 x 52 x f. 0,10 = f. 36,40
2 x 52 x 2½ ct. = f. 2,60
tezamen f. 39.-
welk bedrag gelijk is aan het door hem betaalde. Aan Hubers & Zonen voornoemd ware ontheffing te verleenen van het betalen van marktgeld van den vierden termijn à f. 13.-.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat op gronden van billijkheid bij Besluit van den Burgemeester, krachtens de bepalingen van artikel 10 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, aan Hubers voornoemd ontheffing van marktgeld wordt verleend tot een bedrag van f. 13.-.
De Directeur, * Inhoud: De firma H. Hubers & Zonen heeft hun schip de "Maria" (een brandstoffenschip van 52 ton) verkocht op 9 augustus 1943. Omdat zij voor het hele jaar ligplaatsgeld verschuldigd waren in vier termijnen, maar het vaartuig na de verkoop niet meer op de Noordermarkt ligt, verzoeken zij om ontheffing van de laatste termijn (f. 13.-).
* Berekening: De ambtenaar maakt een nauwkeurige herberekening. Hubers had al f. 39,- betaald (3 termijnen). Als men per maand en week zou rekenen tot de verkoopdatum, komt men precies uit op f. 39,- (7 maanden à f. 0,10 per ton en 2 weken à 2,5 cent per ton). De vierde termijn is dus feitelijk onverschuldigd.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar "artikel 10 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden". De ontheffing moet formeel bij Besluit van de Burgemeester worden verleend.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk taalgebruik uit de vroege 20e eeuw ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "ware ontheffing te verleenen"). * Tijdsperiode: De brief stamt uit september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Locatie: Hoewel de stad niet expliciet in de tekst staat, duiden de "Prinsengracht" en "Noordermarkt" direct op Amsterdam. De Noordermarkt was historisch een plek waar brandstoffen (zoals turf en kolen) vanaf schepen werden verkocht.
* Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in oorlogstijd een cruciale post vanwege de schaarste en distributie van goederen. Brandstoffen waren streng gerantsoeneerd, wat het belang van deze marktplaatsen onderstreept.
* Economie: Het document geeft inzicht in de kosten voor ligplaatsen voor binnenschepen (f. 0,10 per ton per maand). Het gebruik van guldens (f.) was destijds de standaard.