Ambtelijke brief / adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief / adviesnota. 27 oktober 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een verwante gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Rechtsboven handgeschreven paraaf/tekening]
VD/SV
21/24/2 M.
1
Heffing
brandstoffenmarktgeld.
27 October 1943.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
==========
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 11 October jl. om advies ontvangen stuk No. 805 L.M. heb ik de eer U te berichten, dat het Buiksloterhamkanaal bij besluit van den Burgemeester d.d. 30 Juli 1943 No. 3534 L.M. '42 is aangewezen als tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkt.
Ingevolge artikel 3 van de Verordening op de Heffing is ten aanzien van de Brandstoffenmarkt een belasting verschuldigd wegens het innemen van een plaats in het als markt aangewezen openbare gemeentewater.
Of dit water niet aan den openbaren weg grenst, zooals in het onderhavige geval, doet niet ter zake. Dit komt bij deze markten te water meer voor.
Vaststaat, dat het Buiksloterhamkanaal openbaar gemeentewater is, zoodat Rappange verplicht is marktgeld te betalen, wanneer zijn schepen in dit water ligplaats innemen.
Ik geef U in overweging den adressant van een en ander mededeeling te doen.
De Directeur,
[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
ms
30/7 43 no 534 LM
pr 6/6 43 [?] Deze brief vormt een juridisch-administratief advies over de rechtmatigheid van het heffen van 'marktgeld'. De kern van de zaak is een geschil met een zekere "Rappange" (waarschijnlijk een reder of brandstoffenhandelaar) over de betaling voor ligplaatsen in het Buiksloterhamkanaal in Amsterdam-Noord.
De directeur voert aan dat:
1. De burgemeester het kanaal officieel heeft aangewezen als "hulpmarkt" voor brandstoffen.
2. De relevante verordening stelt dat belasting verschuldigd is voor elke plaats in "openbaar gemeentewater" dat als markt is aangewezen.
3. Het feit dat het water niet direct aan een openbare weg grenst, geen ontheffing van deze belasting rechtvaardigt.
De conclusie is dat Rappange moet betalen en dat de Wethouder hem hiervan op de hoogte moet stellen. Het document dateert van oktober 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan brandstoffen (zoals kolen en hout) nijpend. De distributie hiervan was streng gereguleerd via 'brandstoffenmarkten' onder toezicht van de Wethouder voor de Levensmiddelen.
De Buiksloterham was (en is) een industrie- en havengebied in Amsterdam-Noord. Vanwege de oorlogsomstandigheden en de noodzaak voor centrale distributie werden extra waterlocaties zoals het Buiksloterhamkanaal aangewezen als tijdelijke marktlocaties voor schepen die brandstof aanvoerden. De naam "Rappange" verwijst vermoedelijk naar het bekende Amsterdamse kantoor in vastgoed en administratie, of een aanverwante transporttak die destijds actief was. De strikte handhaving van marktgeld, zelfs in oorlogstijd, illustreert de voortgang van de bureaucratische processen in bezet Amsterdam. Marktwezen