Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 150
Dossier 23
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk verslag/brief.

10 maart 1943. Van: Ruijgwart, Markt Amstelveld, Amsterdam. Aan: Den Heer Inspecteur van het Marktwezen.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk verslag/brief. 10 maart 1943. Ruijgwart, Markt Amstelveld, Amsterdam. Den Heer Inspecteur van het Marktwezen. No. 21/1/2 M. 1943 13/3

n.i. dir.

Den Heer Inspecteur vh Marktwezen.

M 76 [?]

Op maandag 8 Maart 1943 kwam bij mij tegen ± 13 uur een Duitsch Militair welke zich bekend maakte als te zijn genaamd Charanke, een oud koopman van het Amstelveld. Hij vroeg mij of het mij bekend was dat er op de markt water werd verkocht wat vermengd was met een odeur luchtje voor f 1.=, of de twee fleschjes voor f 1.50. Ik heb hem gezegd het geval te zullen onderzoeken waarop hij mij antwoordde best, want dat moet afgelopen zijn. De koopman genaamd de Groot welke dat artikel verkocht heb ik mede gesproken, hij verklaarde mij de bewijzen te bezitten het product te mogen fabriceeren, er mag geen alcohol verwerkt worden zoodoende gebruikt hij voor het artikel water.

Amsterdam 10 Maart ’43
(w.g.) Ruijgwart
Markt Amstelveld

[Aantekening in rood potlood linksonder:]
Nieuwe verordening 15-3-’43 verbiedt verkoop parfumerieën op markten.
18-3-’43

[Aantekening rechtsonder:]
Heerenhoudt [?] Kmr 6 [?] 18/3 per [?] Het document is een kort, zakelijk verslag van de marktopzichter van het Amstelveld in Amsterdam aan zijn superieur. De kern van de zaak is een klacht over de kwaliteit van handelswaar op de markt.

Opmerkelijk is de persoon die de klacht indient: een Duitse militair genaamd Charanke, die voorheen zelf koopman was op diezelfde markt. Dit illustreert de veranderde sociale verhoudingen tijdens de bezetting; een voormalig collega treedt nu op vanuit een machtspositie (als militair van de bezettingsmacht) om "orde op zaken" te stellen.

De verdediging van de verkoper (De Groot) is tekenend voor de tijd: hij geeft toe dat hij water gebruikt in plaats van alcohol, maar stelt dat hij hiertoe gedwongen is omdat de verwerking van alcohol verboden is (waarschijnlijk vanwege schaarste en distributiebonnen tijdens de oorlog). Hij claimt echter wel een vergunning te hebben voor de productie van dit "surrogaat".

De afloop van de zaak is te zien in de rode kantlijnnotitie: slechts enkele dagen na dit rapport (op 15 maart 1943) werd er een nieuwe verordening van kracht die de verkoop van parfumerieën op markten in zijn geheel verbood. Dit suggereert een snelle reactie van de autoriteiten om dit soort "kwakzalverij" of onttrekking aan distributieregels de kop in te drukken. Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (maart 1943). Nederland was op dat moment bijna drie jaar bezet door nazi-Duitsland. De context van de oorlog is op drie manieren duidelijk zichtbaar:

  1. Schaarste en surrogaten: Door de oorlogseconomie waren grondstoffen zoals alcohol uiterst schaars. Dit leidde tot de productie van "ersatz"-producten (zoals het met water aangelengde luchtje), wat vaak leidde tot conflicten over kwaliteit en regelgeving.
  2. De bezettingsmacht: De aanwezigheid van een Duitse militair die zich bemoeit met de lokale marktzaken weerspiegelt de alomtegenwoordigheid van de bezetter, zelfs in alledaagse civiele aangelegenheden.
  3. Toenemende regeldruk: De snelle invoering van een verbod (de rode aantekening) past in het beeld van de steeds strenger wordende regelgeving en controle door de overheid (onder toezicht van de bezetter) op de handel en distributie van goederen.

Samenvatting

Het document is een kort, zakelijk verslag van de marktopzichter van het Amstelveld in Amsterdam aan zijn superieur. De kern van de zaak is een klacht over de kwaliteit van handelswaar op de markt.

Opmerkelijk is de persoon die de klacht indient: een Duitse militair genaamd Charanke, die voorheen zelf koopman was op diezelfde markt. Dit illustreert de veranderde sociale verhoudingen tijdens de bezetting; een voormalig collega treedt nu op vanuit een machtspositie (als militair van de bezettingsmacht) om "orde op zaken" te stellen.

De verdediging van de verkoper (De Groot) is tekenend voor de tijd: hij geeft toe dat hij water gebruikt in plaats van alcohol, maar stelt dat hij hiertoe gedwongen is omdat de verwerking van alcohol verboden is (waarschijnlijk vanwege schaarste en distributiebonnen tijdens de oorlog). Hij claimt echter wel een vergunning te hebben voor de productie van dit "surrogaat".

De afloop van de zaak is te zien in de rode kantlijnnotitie: slechts enkele dagen na dit rapport (op 15 maart 1943) werd er een nieuwe verordening van kracht die de verkoop van parfumerieën op markten in zijn geheel verbood. Dit suggereert een snelle reactie van de autoriteiten om dit soort "kwakzalverij" of onttrekking aan distributieregels de kop in te drukken.

Historische Context

Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (maart 1943). Nederland was op dat moment bijna drie jaar bezet door nazi-Duitsland. De context van de oorlog is op drie manieren duidelijk zichtbaar:

  1. Schaarste en surrogaten: Door de oorlogseconomie waren grondstoffen zoals alcohol uiterst schaars. Dit leidde tot de productie van "ersatz"-producten (zoals het met water aangelengde luchtje), wat vaak leidde tot conflicten over kwaliteit en regelgeving.
  2. De bezettingsmacht: De aanwezigheid van een Duitse militair die zich bemoeit met de lokale marktzaken weerspiegelt de alomtegenwoordigheid van de bezetter, zelfs in alledaagse civiele aangelegenheden.
  3. Toenemende regeldruk: De snelle invoering van een verbod (de rode aantekening) past in het beeld van de steeds strenger wordende regelgeving en controle door de overheid (onder toezicht van de bezetter) op de handel en distributie van goederen.