Ambtelijke correspondentie (brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief). 14 april 1943. De Directeur van de Veemarkt en het Abattoir, tevens Directeur van de Keuringsdienst van Slachtdieren, Vleesch en Vleeschwaren te Amsterdam. Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. No. 24/1/13 M. 1943 12/4 [handgeschreven] 77² [handgeschreven]
VEEMARKT-ABATTOIR — AMSTERDAM
Veelaan 5 (Centrum)
[Logo: Wapen van Amsterdam]
Telefoon { 51514 / 51515
Gemeentegirorekening 64
Postrekening 13500
met vermelding: voor Veemarkt-Abattoir
Verzoeke bij beantwoording datum en
nummer van dezen brief te vermelden
Aan
den Heer Directeur van
het Marktwezen
te
A m s t e r d a m .
No.: 298 V.A.
1 bijlage
Uw brief: -
Datum: 14 April 1943.
Onderwerp: te koop stellen van geiten.
In aansluiting aan ons desbetreffend telefonisch onderhoud bericht ik U het volgende.
Hoewel in art. 2 der ingevolge art. 5 der Veewet tot stand gekomen Verordening betreffende het veeartsenijkundig toezicht op de veemarkt uitdrukkelijk is bepaald, dat het in deze Gemeente verboden is vee te koop te stellen anders dan op het van den openbaren weg afgesloten terrein der veemarkt aan den Cruquiusweg en de Veelaan, worden o.m. op de onder toezicht van Uw dienst staande, des Maandags gehouden markt op het Amstelveld, naar ik verneem, nu en dan levende geiten te koop gesteld en verhandeld.
Aangezien het in verband met het uit te oefenen veeartsenijkundig markttoezicht noodzakelijk is te achten, dat geen vee buiten de daarvoor aangewezen veemarkt te koop wordt gesteld, verzoek ik U geen geiten op de weekmarkt op het Amstelveld te doen toelaten, en indien mocht blijken, dat ondanks het door Uw dienst uitgeoefende toezicht toch aldaar geiten worden aangevoerd, tegen de betrokken personen proces-verbaal te doen opmaken wegens overtreding van art. 2 der bovenaangehaalde verordening, waarvan een exemplaar hierbij gaat.
DE DIRECTEUR VAN DE VEEMARKT EN HET ABATTOIR
TEVENS DIRECTEUR VAN DEN KEURINGSDIENST VAN
SLACHTDIEREN, VLEESCH EN VLEESCHWAREN,
[Handtekening]
No. 83 V.A. Deze brief is een formeel verzoek van de directeur van de Amsterdamse Veemarkt en het Abattoir aan de directeur van het Marktwezen. De kern van de klacht is dat er op de maandagse markt op het Amstelveld illegaal levende geiten worden verhandeld.
Volgens de geldende regelgeving (gebaseerd op de Veewet) mag levend vee in Amsterdam uitsluitend worden verhandeld op het daarvoor aangewezen terrein aan de Cruquiusweg/Veelaan. Dit is essentieel voor de veterinaire controle (het "veeartsenijkundig toezicht"). De afzender dringt er bij de dienst Marktwezen op aan om strenger te handhaven, geiten te weren van het Amstelveld en proces-verbaal op te maken tegen overtreders.
De toon is zakelijk en dwingend, typerend voor de bureaucratische verhoudingen tussen gemeentelijke diensten in die tijd. De brief is een schriftelijke vastlegging van een eerder gevoerd telefoongesprek. De datum van de brief, 14 april 1943, plaatst het document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de handel in vee strikt gereguleerd en aan distributieregels onderworpen.
Illegale handel in vee ("zwarte handel") was een groot probleem voor de autoriteiten, zowel vanwege de volksgezondheid (gebrek aan veterinaire keuring) als vanwege de controle op de voedselvoorraden. Het feit dat er op het Amstelveld geiten werden verhandeld buiten de officiële veemarkt om, duidt mogelijk op kleinschalige zwarte handel of een poging van burgers om de strenge regels te omzeilen. De nadruk op "proces-verbaal" in de brief weerspiegelt de algemene tendens van verscherpt toezicht en repressie tijdens de bezettingsjaren.
Het Veemarkt-terrein in Amsterdam-Oost (Cruquiusgebied) was destijds het logistieke hart van de vleesvoorziening in de stad. Het Amstelveld was van oudsher een plek voor markten, maar was wettelijk niet uitgerust of goedgekeurd voor de handel in levend vee.