Dienstbrief / Rapportage
Origineel
Dienstbrief / Rapportage 10 mei 1943 H. Moerkerken, Chefmarktopzichter [Bovenaan rechts, stempel/druk:] No. 1343 [?]
Indien in de pers wordt bekend gemaakt, waar op
de e.k. Zon- of Feestdag aanvoer te verwachten is,
kan bereikt worden, dat zich, juist op Zon- en Feest-
dagen, niet zoovelen nodeloos in de diverse rijen
opstellen, terwijl bereikt wordt, dat daarentegen
de kans grooter is dat op de twee eventueel ge-
annonceerde verkoopplaatsen een bevredigend
aantal menschen aan visch geholpen kan
worden.
Alhoewel het mij niet volledig bekend is, hoe
groot het aantal wachtende menschen is, dat op
de diverse verkoopplaatsen des Maandags in hoop-
volle verwachting leeft, kan ik U echter wel de
cijfers noemen van een der grootste verkoopplaatsen,
nl de markt van Albert Cuypstraat.
Op Maandag 9 Mei l.l. stonden nl. om 9.30 uur
ongeveer 520 menschen, hoofdzakelijk mannen, die
waarschijnlijk een de geheele week gewerkt hadden,
te wachten. De rijvorming was begonnen om 7.00 uur.
Te verdeelen waren dien dag 70 K. G. De verdeeling
was om 11.00 u. afgeloopen. In bittere stemming
ging de rij uiteen.
Met klem breng ik dit voorstel onder Uwe welwil-
lende aandacht.
Amsterdam, 10 Mei 1943.
[Handtekening] H. Moerkerken
Chefmarktopzichter
[Kantlijn links, in ander handschrift:]
Opbergen
Reeds voorstel
tot vermindering
van verkooppunten
aan Weth.
12-5-43
[Geparafeerd] In dit document kaart de Chefmarktopzichter een logistiek en sociaal probleem aan: de enorme toeloop van burgers naar visverkooppunten op dagen dat er nauwelijks voorraad is.
Kernpunten:
* Schaarste: Er was op 9 mei slechts 70 kilogram vis beschikbaar voor een groep van 520 wachtenden. Dit betekent dat het overgrote deel van de mensen met lege handen naar huis ging.
* Sociale onrust: De auteur waarschuwt voor de "bittere stemming" onder de bevolking. Hij benadrukt dat het vooral werkende mannen zijn die hun schaarse vrije tijd (na een week werken) opofferen om in de rij te staan.
* Oplossing: Hij stelt voor om via de pers beter te communiceren over waar en wanneer er daadwerkelijk aanvoer wordt verwacht, om nutteloze rijvorming te voorkomen.
* Bureaucratic proces: De kanttekening van 12 mei laat zien dat er al een voorstel naar de Wethouder was gestuurd om het aantal verkooppunten te verminderen, waarschijnlijk om de schaarse voorraad beter te concentreren. Het document dateert uit mei 1943, een periode van diepe bezetting waarin de voedselschaarste in Nederland steeds nijpender werd. Vis was een van de weinige eiwitbronnen die buiten de strengste vleesrantsoenering viel, maar de aanvoer was onregelmatig door de oorlogssituatie op zee en vorderingen door de bezetter.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een centraal punt in Amsterdam. Lange rijen voor voedselwinkels ("rijen") waren een dagelijks verschijnsel en een bron van grote frustratie en irritatie onder de Amsterdammers. De overheid (de gemeente Amsterdam, onder toezicht van de bezetter) probeerde deze rijen te beheersen om opstootjes en onvrede te minimaliseren. De "bittere stemming" waarover gesproken wordt, is een eufemisme voor de groeiende woede van de bevolking over de gebrekkige voedselvoorziening.