Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 225
Dossier 11
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.

26 juli 1943 (datum brief), met aantekeningen tot augustus 1943.

Origineel

Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 26 juli 1943 (datum brief), met aantekeningen tot augustus 1943. [Bovenaan links:]
No. 25/23/1 M. 1943 27/7

[Bovenaan rechts:]
45

[Hoofdtekst:]
Amsterdam 26-7-1943

M. H.
Gaarne ontving ik van M. Ed. weer mijn vaste plaats op de Markt Albertcuijpstr terug. Door de huidige omstandige omstandigheden heb ik mijn voormalige vergunning aan U terug moeten geven doch had hem nu graag omdat ik hem erg nodig heb.
J Claassen
Saenredamstraat 52 III.

[Ambtelijke aantekeningen onder de brief:]
J. Claassen, d.d. 30 nov '42 vaste plaats Alb. Cuyp. met koek & gebak; per 12-4-'43 ingetrokken wegens krankheid.

[In rood/blauw potlood en handschrift:]
M. i. kan J Claassen niet zijn oude plaats terug geven worden; hij kan zich opnieuw laten inschrijven op den sollicitantenlijst.
Advies 30-7-43

[Onderaan:]
4-8-43 [Paraaf]
12/8 '43

Opger. één dezer dagen. 18. 10/8 '45.
Ingeschreven onder no. 1059. van de Alb. Cuijpstraat. d.d. [onleesbaar] In deze brief verzoekt de heer J. Claassen aan het gemeentebestuur van Amsterdam (geadresseerd als Mijne Heeren / Edelachtbaren) om zijn vaste marktplaats op de Albert Cuypmarkt terug te krijgen. Uit de brief blijkt een zekere urgentie; hij geeft aan de vergunning "erg nodig" te hebben.

De ambtelijke notities onder de brief werpen een ander licht op de zaak dan de brief zelf. Waar Claassen spreekt over "omstandige omstandigheden" (een eufemisme of vage omschrijving), vermeldt de administrateur specifiek dat de vergunning op 12 april 1943 was ingetrokken wegens "krankheid" (ziekte). De handelaar verkocht destijds koek en gebak.

Het besluit op het verzoek is negatief: men adviseert dat hij zijn oude plek niet zomaar terug kan krijgen. Hij wordt verwezen naar de reguliere procedure: zichzelf opnieuw inschrijven op de sollicitantenlijst voor marktkooplieden. De diverse data en parafen tonen de ambtelijke verwerking van het verzoek gedurende de maand augustus 1943. Het document dateert uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse Pijp bleef gedurende de oorlog een essentieel punt voor de voedselvoorziening, al werd het aanbod steeds schaarser door rantsoenering en tekorten.

De "omstandige omstandigheden" waar Claassen naar verwijst, kunnen duiden op de algemene oorlogsellende, maar de ambtelijke notitie over ziekte suggereert dat hij fysiek niet in staat was zijn nering voort te zetten. In een tijd van grote armoede en schaarste was een standplaats op de markt een vitale bron van inkomsten (en vaak ook van toegang tot extra voedselwaren).

Opvallend is de bureaucratische continuïteit: ondanks de oorlogsomstandigheden en de bezetting blef het Amsterdamse marktwezen strak gereguleerd via vergunningen, sollicitantenlijsten en officiële adviezen. De afwijzing van zijn verzoek betekende voor Claassen waarschijnlijk een grote financiële klap, aangezien hij achteraan de rij moest aansluiten op een moment dat economische overleving in de stad steeds moeilijker werd.

Samenvatting

In deze brief verzoekt de heer J. Claassen aan het gemeentebestuur van Amsterdam (geadresseerd als Mijne Heeren / Edelachtbaren) om zijn vaste marktplaats op de Albert Cuypmarkt terug te krijgen. Uit de brief blijkt een zekere urgentie; hij geeft aan de vergunning "erg nodig" te hebben.

De ambtelijke notities onder de brief werpen een ander licht op de zaak dan de brief zelf. Waar Claassen spreekt over "omstandige omstandigheden" (een eufemisme of vage omschrijving), vermeldt de administrateur specifiek dat de vergunning op 12 april 1943 was ingetrokken wegens "krankheid" (ziekte). De handelaar verkocht destijds koek en gebak.

Het besluit op het verzoek is negatief: men adviseert dat hij zijn oude plek niet zomaar terug kan krijgen. Hij wordt verwezen naar de reguliere procedure: zichzelf opnieuw inschrijven op de sollicitantenlijst voor marktkooplieden. De diverse data en parafen tonen de ambtelijke verwerking van het verzoek gedurende de maand augustus 1943.

Historische Context

Het document dateert uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse Pijp bleef gedurende de oorlog een essentieel punt voor de voedselvoorziening, al werd het aanbod steeds schaarser door rantsoenering en tekorten.

De "omstandige omstandigheden" waar Claassen naar verwijst, kunnen duiden op de algemene oorlogsellende, maar de ambtelijke notitie over ziekte suggereert dat hij fysiek niet in staat was zijn nering voort te zetten. In een tijd van grote armoede en schaarste was een standplaats op de markt een vitale bron van inkomsten (en vaak ook van toegang tot extra voedselwaren).

Opvallend is de bureaucratische continuïteit: ondanks de oorlogsomstandigheden en de bezetting blef het Amsterdamse marktwezen strak gereguleerd via vergunningen, sollicitantenlijsten en officiële adviezen. De afwijzing van zijn verzoek betekende voor Claassen waarschijnlijk een grote financiële klap, aangezien hij achteraan de rij moest aansluiten op een moment dat economische overleving in de stad steeds moeilijker werd.

Locaties

Amsterdam.