Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 2 november 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). [Handgeschreven paraaf]
VD/SV
25/25/5 H.
Betaling marktgeld Mej. C. Renes. 2 November 1943.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 19 October jl. no. 48/6 L.M. 1943 om advies ontvangen stuk en in aansluiting op mijn brief van 13 Augustus jl. no. 25/25/2 H. heb ik de eer U te berichten, dat thans vanzelfsprekend niet ~~kan~~ meer kan worden nagegaan of adressante met haar beweerde mededeeling aan den marktambtenaar de bedoeling heeft gehad om haar plaats op te zeggen, of dat de mededeeling, dat zij niet meer op de markt zou komen in verband stond met haar aanvrage om ondersteuning van het Bureau voor Sociale Zaken.
Bij de administratie van mijn Dienst heeft deze zaak geheel het verloop van een steungeval gehad. De marktambtenaar heeft daarom ook geen formulier ter teekening aangeboden om de plaats te doen opzeggen.
De fout van adressante is, dat zij niet dadelijk heeft gereageerd toen wij van den Dienst het bericht ontving, dat zij van het betalen van marktgeld wegens het genieten van steun was vrijgesteld waarbij haar tevens werd medegedeeld, dat haar schuld vóór de steunverleening f. 2,70 bedroeg en ook op de verdere aanschrijvingen niets heeft laten hooren.
Op grond hiervan geef ik U in overweging op het verzoek om terugbetaling van een bedrag van f. 2,70 afwijzend te beschikken.
De Directeur, Deze ambtelijke brief uit november 1943 behandelt een klein zakelijk geschil betreffende een bedrag van f. 2,70 aan marktgeld, verschuldigd door een zekere Mejuffrouw C. Renes. De kern van de zaak is of zij haar marktkraam tijdig had opgezegd. De directeur van de betreffende dienst voert aan dat niet meer te achterhalen valt wat er precies mondeling is toegezegd aan de marktambtenaar. Cruciaal in zijn argumentatie is dat Mej. Renes pas recht had op vrijstelling van marktgeld nadat zij sociale steun ontving, maar dat de schuld van f. 2,70 was opgebouwd vóór die periode. Omdat zij herhaalde aanmaningen negeerde, adviseert de directeur de wethouder om haar verzoek tot terugbetaling (of kwijtschelding) af te wijzen. Het document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De bureaucratie functioneerde in die tijd onverminderd door, waarbij zelfs voor zeer kleine bedragen (f. 2,70, destijds weliswaar meer waard dan nu, maar nog steeds een bescheiden bedrag) uitgebreide correspondentie tussen gemeentelijke diensten en de wethouder plaatsvond. De verwijzingen naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" en het "Bureau voor Sociale Zaken" zijn typerend voor de distributie- en steunmaatregelen die in oorlogstijd van groot belang waren voor de bevolking. De brief illustreert de strikte handhaving van regels, zelfs wanneer iemand door armoede afhankelijk was geworden van sociale steun.