Officieel inspectierapport van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel inspectierapport van de Gemeente Amsterdam. Augustus 1943 (stempel 23/8 43). MARKTWEZEN - AMSTERDAM [stempel rechtsboven: 85]
No. 25/29/1 M. 1943 [handgeschreven:] 23/8 43. [handgeschreven in blauw:] De Vrees ? [handgeschreven in groen:] hoe staan administratief? 8
R A P P O R T
[Handgeschreven tekst in de linker marge:]
Men gebruikt het gebruik van de vergunning op een ander! Dat moet ophouden anders zal ik hem intrekken of verplaatsen. Berichten 12-8-'43.
In opdracht van den Heer Directeur van het Marktwezen, heb ik, J. H. de Grebber, Controleur bij het Marktwezen, een onderzoek ingesteld naar de gedragingen van de Van Hiltens, wonende in de Albert Cuypbuurt alhier. Het navolgende is mij gebleken;
De Van Hiltens bestaan uit de volgende Personen;
Petrus van Hilten (bijgenaamd Piet Krul), geboren 11-12-'84 en wonende Gov. Flinckstraat 252. Heeft een ventvergunning voor de Alb. Cuypstraat.
Petrus van Hilten, geb. 20-5-17 en wonende Gov. Flinckstraat 267 alhier. Heeft een ventvergunning voor de Alb. Cuypstr.
Gerrit van Hilten, geb 28-9-18 en wonende Alb. Cuypstraat 219 alhier. Heeft geen toegang op de Centr. Markt van 27-8-42 tot 27-8-'43 wegens prijsopdrijving. Ventvergunning Alb. Cuypstr.
Dirk Anthonius van Hilten, geb. 20-5-17 en wonende Gov. Flinckstraat 398. Heeft een standplaats Alb. Cuypstraat.
Arie van Hilten, geb. 13-9-23 en wonende Gov. Flinckstraat 312 alhier. Wegens onrechtmatige uitoefening der groothandel buiten de Centr. Markt, uitgesloten voor onbepaalde tijd. (vanaf 3-8-42)
Elisabeth Wilhelmina Post-van Hilten, geb. 22-2-16 en wonende te Amsterdam, Alb. Cuypstraat 211. Heeft ventvergunning voor Alb. Cuypstraat.
Op Piet van Hilten na (de oudste zoon), staan allen op één plaats op de Alb. Cuypstraat. De standplaats staat op naam van Piet van Hilten (Vader).
Op Zaterdag, 7 Augustus werd er groenten afgeleverd aan de verkoopstal van Van Hilten. Deze groenten was afkomstig van de Centr. Markt en was gekocht door Piet van Hilten (Vader).
In perceel Gov. Flinckstraat 37 hebben zij hun opslagplaats.
Op Dinsdag, 10 Augustus heb ik mij eenige uren in de onmiddellijke omgeving van perceel Gov. Flinckstraat 37 opgehouden. Ik zag twee personen met een geladen handwagen dat perceel (loods) verlaten. Op de kar lagen 11 zakken sperciboonen. Ik heb deze personen gevolgd. De lading werd afgeleverd in een groentezaak gelegen in de Fokke Simonszstraat alhier.
Na onderzoek is mij gebleken, dat Arie van Hilten 11 zakken sperciboonen, totaal 110 k.g., verkocht heeft aan Pieter Uriot, wonende Ceintuurbaan 241 alhier en aan Hendricus Louis Barendse, wonende Alb. Cuypstraat 127 alhier. De prijs bedroeg F. 0,50 per k.g. Dezen verkochten op hun beurt weer de sperciboonen aan Johannes Martinus de Bruyn, wonende Fokke Simonszstraat 18 tegen den prijs van F. 0,60 per k.g.
De hierboven bedoelde Arie van Hilten is door mij, rapporteur, niet gehoord geworden, daar ik het wenschelijk acht (voor verder onderzoek), dat hij mij niet kent.
Daar de geheele zaak wordt gedreven door 5 personen is het [tekst breekt af]
Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
A L H I E R . Dit rapport documenteert een opsporingsonderzoek naar economische overtredingen in oorlogstijd. De kern van de zaak is de illegale handel in groenten (sperziebonen) buiten de officiële kanalen van de Centrale Markt om.
De familie Van Hilten, een bekende koopmansfamilie uit de Albert Cuyp, wordt ervan beschuldigd vergunningen te misbruiken. Hoewel meerdere familieleden eigen vergunningen hebben, werken ze feitelijk allemaal op de kraam van de vader. Dit was een methode om meer goederen te kunnen bemachtigen of regels te omzeilen.
Specifiek wordt Arie van Hilten genoemd, die ondanks een eerder verbod op groothandel, 110 kg sperziebonen verhandelt aan tussenpersonen (Uriot en Barendse) voor 50 cent per kilo, die het vervolgens voor 60 cent doorverkopen aan een winkelier. Dit duidt op illegale winstbejag en handel in de 'grijze' of 'zwarte' markt. De handgeschreven notitie van de directeur in de marge toont een harde lijn: hij dreigt de vergunningen in te trekken als dit misbruik niet stopt. Het document dateert uit augustus 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een grote schaarste aan voedsel en waren prijzen en distributie strikt gereguleerd door de overheid via een distributiestelsel.
De "Centrale Markt" was het verplichte knooppunt voor de groothandel; handel buiten dit circuit om werd streng gestraft als "prijsopdrijving" of zwarte handel. De autoriteiten, in dit geval het Amsterdamse Marktwezen, hielden scherp toezicht op marktkooplieden om te voorkomen dat schaarse goederen tegen te hoge prijzen aan de officiële distributie werden onttrokken.
De Albert Cuypmarkt in de wijk De Pijp was (en is) een vitaal onderdeel van de Amsterdamse voedselvoorziening, maar was tijdens de oorlog ook een plek waar de spanning tussen de overlevingsdrang van handelaren en de strenge bezettingsregels dagelijks voelbaar was. De familie Van Hilten was een typisch voorbeeld van een Amsterdamse koopmansfamilie die probeerde de mazen in de wet op te zoeken in een tijd van extreme schaarste.