Archiefdocument
Origineel
24 augustus 1943 Th 141 W. Kuijsten heeft blijkens 52/2/27 H.
ad 23 Mei ’43 vrijstelling betaling marktgelden
wegens tewerkstelling Duitschland.
Aangezien hij hedenmorgen de gang van zaken
bij den verkoop van paardenvleesch heeft bemoeilijkt
waardoor de orde dreigde te worden verstoord,
gelieve te onderzoeken of hij nog recht heeft
op vrijstelling.
A’dam 24 Aug ’43
[Handtekening, mogelijk ‘Nij’] Dit document is een ambtelijke notitie waarin wordt verzocht om een herziening van een verleende gunst. De heer W. Kuijsten genoot een vrijstelling voor het betalen van marktgelden, een privilege dat hem op 23 mei 1943 was toegekend omdat hij in Duitsland tewerkgesteld was.
De directe aanleiding voor dit schrijven is een incident op de ochtend van 24 augustus 1943. Kuijsten zou de verkoop van paardenvlees hebben gehinderd, wat bijna leidde tot een verstoring van de openbare orde. Vanwege dit opstandige of hinderlijke gedrag trekt de ambtenaar de rechtmatigheid van zijn vrijstelling in twijfel en verzoekt om een onderzoek. Het document illustreert hoe de autoriteiten privileges gebruikten als controlemiddel: wie zich niet voegde naar de regels op de markt, riskeerde het verlies van zijn ontheffingen. Het document dateert uit de kernfase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz) was voor veel Nederlandse mannen een bittere realiteit. Degenen die uitgezonden werden, of hun familie die achterbleef en de handel voortzette, kregen soms kleine bureaucratische voordelen ter compensatie.
De referentie naar de verkoop van paardenvleesch is tekenend voor de voedselschaarste in 1943. Paardenvlees was een van de weinige beschikbare vleessoorten, en de distributie ervan op markten leidde vaak tot lange rijen en grote spanningen onder de bevolking. Handhaving van de orde bij deze verkooppunten was voor de bezettende macht en de lokale politie van groot belang om sociale onrust te voorkomen. W. Kuijsten Politie