Handgeschreven ambtelijke notitie of concept voor een antwoordbrief, vastgezet op een archiefkaart.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of concept voor een antwoordbrief, vastgezet op een archiefkaart. [Linker marge archiefkaart]
20 Sept: '43
Alb. Cuypstr:
[Notitie links van het inlegvel]
In behandeling kunnen nemen –
2-11-'43
[Tekst op het inlegvel]
Brief
Beoordeeling of
iemand een vergunning
moet hebben om bedrijf
uit te oefenen behoort
in eerste aanleg niet bij
marktwezen.
Men geeft uitsluitend
plaats aan personen die
reeds in het bezit zijn
van een vergunning als
bedoeld en verleend
door de daartoe
aangewezen instantie.
Partij moet dus eerst
de vergunning verkregen
etc. hebben van de Pr. H. C.
lokaal belang en voldoen
wij tegen verzoek om plaats. De notitie betreft een bureaucratische afbakening van verantwoordelijkheden binnen het Amsterdamse marktwezen tijdens de bezettingsjaren. De schrijver stelt helder dat de afdeling Marktwezen geen beslissingsbevoegdheid heeft over wie wel of niet een bedrijf mag uitoefenen. Hun taak beperkt zich enkel tot het toewijzen van fysieke standplaatsen op de markt aan diegenen die reeds over de benodigde papieren beschikken.
Er wordt expliciet verwezen naar de Pr. H. C., wat staat voor de Provinciale Handelskamer. Dit was een door de Duitse bezetter in het leven geroepen orgaan waarbij ondernemers zich verplicht moesten aanmelden. Zonder goedkeuring van deze kamer kon men geen legale economische activiteit ontplooien. De tekst onderstreept de starre hiërarchie: pas als de politiek-administratieve goedkeuring (de vergunning) er is, kan de praktische afhandeling (de standplaats) volgen. Het jaartal 1943 is cruciaal voor de context van dit document. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Amsterdamse markthandel, en specifiek die op de Albert Cuypmarkt, zwaar gereguleerd en "gezuiverd". Joodse kooplieden waren in de jaren hiervoor reeds systematisch van de markten verwijderd en naar aparte "Jodenmarkten" gedreven, om vervolgens geheel uit het economische leven te worden verbannen.
De Provinciale Handelskamer fungeerde in deze periode als een instrument voor de "Gelijkschakeling" van het bedrijfsleven. Deze notitie illustreert hoe lokale gemeentelijke diensten zoals Marktwezen functioneerden als uitvoerders van de regels die door deze nieuwe, nationaalsocialistisch gecontroleerde instanties werden opgelegd. Het document getuigt van de kille, bureaucratische zijde van de bezetting, waarbij economische uitsluiting werd verpakt in procedures en bevoegdheidskwesties. Marktwezen