Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 19 november 1943 Een onbekende handelaar in tweedehands goederen (naam niet vermeld op deze zijde) [Linksboven stempel/aantekening:] No. 25/47/2 M. 1943 20/11
[Rechtsboven:] Amsterdam, 19 Nov. ’43.
266
Aan den WelEd. Heer Directeur
v/h Marktwezen te Amsterdam.
WelEd. Heer,
Weer tot mijn spijt vernam ik uit Uw schrijven van 10 dezer dat U aan mijn verzoek voor een standplaats op één der dag of weekmarkten, geen gevolg kondet geven.
Dit is voor mij een zware slag daar ik reeds 2 jaar mijn zaak in 2e hands-artikelen heb en van deze 2 jaar al geruimen tijd op de markt stond. Ik was op de markt al aardig ingevoerd en mede daardoor was mijn standplaats een groot deel van mijn broodwinning, wat ik nu ineens zou moeten missen.
Als U verder nog in aanmerking neemt dat mijn zaak is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam; dat door mij ten volkomen eerlijke en rechtvaardige de handel wordt gedreven; dat door mij, zoals wettelijk voorgeschreven een register van aan- en verkopen dagelijks wordt bijgehouden; dat mij bekend is dat anderen, die korter dan ik op de markt stonden, wel een vergunning hebben gekregen en dat ik tenslotte, zoals ik steeds heb gedaan, de voorschriften en bepalingen van het Marktwezen, stipt zal opvolgen, twijfel ik er niet aan of U zult mijn verzoek nogmaals in overweging nemen en dan vertrouw ik dat U, door het rechtvaardige van mijn verzoek en Uwe goedheid, mij de gevraagde vergunning alsnog zult verstrekken.
[Rechtsonder:] Z.O.Z. * Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, beleefde en dringende toon, typerend voor ambtelijke correspondentie uit het midden van de 20e eeuw. De schrijver gebruikt archaïsche vormen zoals "10 dezer" (van deze maand) en "Uwe goedheid".
* Inhoud: De kern van de brief is een bezwaarschrift tegen een afwijzing van een marktvergunning. De schrijver voert verschillende argumenten aan om de directeur op andere gedachten te brengen:
1. Continuïteit: De schrijver drijft al twee jaar handel en had voorheen ook een standplaats.
2. Economische noodzaak: De standplaats vormt het hoofdbestanddeel van zijn inkomen ("broodwinning").
3. Professionaliteit: De zaak is officieel geregistreerd bij de Kamer van Koophandel.
4. Wetsgetrouwheid: Er wordt expliciet verwezen naar het bijhouden van een inkoop- en verkoopregister, wat een wettelijke verplichting was voor handelaren in tweedehands goederen (om heling tegen te gaan).
5. Rechtsgelijkheid: De schrijver uit zijn frustratie over het feit dat anderen, die minder lang in het vak zitten, wel een vergunning hebben gekregen.
* Administratieve sporen: De brief bevat diverse blauwe en paarse potloodstrepen en aantekeningen (waaronder een paraaf bij de aanhef), wat wijst op de behandeling van het document door verschillende ambtenaren bij de afdeling Marktwezen. "Z.O.Z." onderaan geeft aan dat de brief op de achterzijde vervolgt, waarschijnlijk met de ondertekening. Dit document stamt uit november 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een grote schaarste aan nieuwe goederen, waardoor de handel in tweedehands artikelen ("2e hands-artikelen") essentieel was voor de bevolking. Tegelijkertijd was het marktwezen streng gereguleerd door de bezetter en de gelijkgeschakelde gemeentelijke instanties. Een marktvergunning was in die tijd niet alleen een economisch recht, maar een overlevingsmiddel. De nadruk op het wettelijk voorgeschreven register en de inschrijving bij de Kamer van Koophandel suggereert dat de schrijver zich wil profileren als een "bonafide" handelaar in een tijd waarin de zwarte markt en illegale handel floreerden. De blauwe potloodstrepen over de tekst heen kunnen erop duiden dat het verzoek uiteindelijk (opnieuw) is afgewezen of gearchiveerd na behandeling. Kamer van Koophandel Marktwezen