Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 353
Dossier 24
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtsrapport van de gemeente Amsterdam.

1943 (waarschijnlijk eind oktober, gezien de handgeschreven krabbel die lijkt op 30/10).

Origineel

Ambtsrapport van de gemeente Amsterdam. 1943 (waarschijnlijk eind oktober, gezien de handgeschreven krabbel die lijkt op 30/10). MARKTWEZEN AMSTERDAM NO. 25/58/1 M. 1943

R A P P O R T

In opdracht van den Heer Directeur van het Marktwezen, heb ik, J. H. de Grebber, controleur bij het Marktwezen, na daartoe bekomen opdracht, een nader onderzoek ingesteld naar een aantal groentenhandelaren, die een jaarkaart voor een vaste standplaats voor de dagmarkt "ALBERT CUYPSTRAAT" alhier, bezitten, doch die den laatsten tijd zoo goed als nooit op deze markt verschijnen. Uit dit onderzoek is mij het volgende gebleken;

Een aantal van deze groentehandelaren zijn door het z.g. bonnenstelsel (klantenbinding) gedupeerd, daar zij niet het benoodigde aantal groentebonnen (151) van hun klanten hebben ontvangen. Deze personen komen niet voor een groentetoewijzing in aanmerking. Alleen z.g. "VRIJE" groenten kunnen zij nog bemachtigen en dat is momenteel zeer weinig. Zij komen dus vanzelfsprekend weinig op de dagmarkt Albert Cuypstraat.

Het betreft onderstaande personen;
Elisabeth Wilhelmina Post-van Hilten, wonende Albert Cuypstraat 211 alhier.
Pieter Uriot, wonende Alb. Cuypstraat 123 alhier.
Cornelis Hendrik Blanken, wonende 2e Jac. van Campenstraat 26, 1e etage alhier.
Hendricus Louis Barendse, wonende Alb. Cuypstraat 112 alhier.
Cornelis Kliffen, wonende Hoofdweg 455, 1e etage alhier.
De Rijke, C, wonende Gouverneurkade 188, 2e etage, alhier.

Er blijven nog de volgende handelaren over;
J. H. ten Oort Sterk, wonende Van Ostadestraat 141. Verkoopt den laatsten tijd uitsluitend in een karrenloods. Deze loods is gelegen in de Govert Flinckstraat. Hij heeft 2 ½ colli groent/fruit toegewezen gekregen.
Gerrit Slikker, wonende Gov. Flinckstraat 192 huis. Deze is overleden. Standplaats reeds ingetrokken.
Hendrik Gerardus van Mourik, wonende Alb. Cuypstraat 128, 3e etage alhier. Heeft een winkel in de 2e Jac. Van Campenstraat 134. Heeft 2 colli groenten/fruit toegewezen gekregen. Alleen wanneer hij vrije groente kan koopen, verschijnt hij op de markt. Hij laat zich dan door zijn vader vervangen.
Johannes Frederik Kesting, wonende Hendrik de Keyserstraat 25, 3e etage alhier. Deze heeft een winkel in de Alb. Cuypstraat no. 130. Heeft een toewijzing van 2. colli groente/fruit. Hij staat alleen met vrije groenten op de markt en zoodoende komt hij zeer weinig. Dit rapport biedt een indringend kijkje in de economische realiteit van de Amsterdamse markthandel tijdens de Duitse bezetting in 1943. De belangrijkste punten uit het document zijn:

  • Impact van het Bonnenstelsel: De distributie van voedsel werd streng gecontroleerd. Handelaren waren afhankelijk van 'klantenbinding': ze moesten een minimumaantal distributiebonnen van vaste klanten inleveren om zelf voorraad (toewijzingen) te krijgen. Wie te weinig bonnen ophaalde, kreeg geen officiële toewijzing meer.
  • "Vrije" Groenten: Handelaren zonder toewijzing waren aangewezen op de vrije handel. Dit betrof producten die buiten de centrale distributie vielen, maar in 1943 was dit aanbod minimaal, waardoor hun handel nagenoeg stil kwam te liggen.
  • Handhavingsrol Marktwezen: Het document toont aan hoe de overheid (het Marktwezen) actief controleerde op het gebruik van schaarse marktplaatsen. Standplaatsen van handelaren die niet kwamen opdagen of waren overleden (zoals Gerrit Slikker), werden ingetrokken.
  • Verschuiving van Markt naar Winkel: Verschillende handelaren (zoals Van Mourik en Kesting) bleken ook een fysieke winkel te hebben of uit een loods te verkopen, wat een zekere mate van diversificatie of verschuiving in hun bedrijfsactiviteiten suggereert om de oorlogstijd te overleven. In 1943 was de voedselschaarste in bezet Nederland groot. Het systeem van distributiebonnen was ingesteld om de schaarse middelen eerlijk te verdelen, maar diende ook als controlemiddel voor de bezetter. De Albert Cuypmarkt, gelegen in de wijk De Pijp, was (en is) een vitaal onderdeel van de Amsterdamse voedselvoorziening. Veel van de in het rapport genoemde personen woonden in de directe nabijheid van de markt. Het feit dat namen en adressen zo specifiek worden genoteerd, herinnert aan de bureaucratische precisie waarmee de bezettingsjaren gepaard gingen, waarbij elke afwijking van de norm door controleurs zoals De Grebber werd gerapporteerd.

Samenvatting

Dit rapport biedt een indringend kijkje in de economische realiteit van de Amsterdamse markthandel tijdens de Duitse bezetting in 1943. De belangrijkste punten uit het document zijn:

  • Impact van het Bonnenstelsel: De distributie van voedsel werd streng gecontroleerd. Handelaren waren afhankelijk van 'klantenbinding': ze moesten een minimumaantal distributiebonnen van vaste klanten inleveren om zelf voorraad (toewijzingen) te krijgen. Wie te weinig bonnen ophaalde, kreeg geen officiële toewijzing meer.
  • "Vrije" Groenten: Handelaren zonder toewijzing waren aangewezen op de vrije handel. Dit betrof producten die buiten de centrale distributie vielen, maar in 1943 was dit aanbod minimaal, waardoor hun handel nagenoeg stil kwam te liggen.
  • Handhavingsrol Marktwezen: Het document toont aan hoe de overheid (het Marktwezen) actief controleerde op het gebruik van schaarse marktplaatsen. Standplaatsen van handelaren die niet kwamen opdagen of waren overleden (zoals Gerrit Slikker), werden ingetrokken.
  • Verschuiving van Markt naar Winkel: Verschillende handelaren (zoals Van Mourik en Kesting) bleken ook een fysieke winkel te hebben of uit een loods te verkopen, wat een zekere mate van diversificatie of verschuiving in hun bedrijfsactiviteiten suggereert om de oorlogstijd te overleven.

Historische Context

In 1943 was de voedselschaarste in bezet Nederland groot. Het systeem van distributiebonnen was ingesteld om de schaarse middelen eerlijk te verdelen, maar diende ook als controlemiddel voor de bezetter. De Albert Cuypmarkt, gelegen in de wijk De Pijp, was (en is) een vitaal onderdeel van de Amsterdamse voedselvoorziening. Veel van de in het rapport genoemde personen woonden in de directe nabijheid van de markt. Het feit dat namen en adressen zo specifiek worden genoteerd, herinnert aan de bureaucratische precisie waarmee de bezettingsjaren gepaard gingen, waarbij elke afwijking van de norm door controleurs zoals De Grebber werd gerapporteerd.