Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 386
Dossier 92
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief / handgeschreven bericht.

Origineel

Brief / handgeschreven bericht. aangevoerd wordt, zouden zeker velen
naar huis gaan wanneer ze b.v. in de laatste
groep geloot waren, want daar is de kans 0,000.-
Wie dan toch wil blijven staan, kan dat doen,
zoolang de marktmeester niet met zekerheid
kan zeggen of er veel of weinig aanvoer is.
Velen zouden zeker naar huis gaan
In de hoop op gunstiger regeling,
Hoogachtend
Uw. dw. dn.
F. Vreydenberger

mocht de loting nu in het vervolg wel precies half 10
gebeuren, dan zou het voordeel zijn, dat velen,
die geen kans hebben, tenminste naar huis konden
gaan, doch de anderen zouden dan nog geruimen
tijd moeten wachten, aangezien de visch er om
dien tijd nog lang niet is
Een later tijdstip zou dus
veel beter zijn (ook weet
dan de marktmeester
alicht meer daarom 1/2 10)

F. Vreydenberger
Lutmastraat 33 III
Zuid
†h. De auteur, F. Vreydenberger, schrijft een betoog over de logistieke inefficiëntie van de huidige loting bij de vismarkt. De kern van het probleem is dat kooplieden die achteraan in de loting eindigen ("de laatste groep"), feitelijk geen kans maken op handel ("kans 0,000").

Vreydenberger stelt voor om de loting strakker te organiseren of te verplaatsen. Hoewel een loting om half 10 (9:30 uur) de mensen zonder kans de mogelijkheid geeft eerder naar huis te gaan, merkt hij op dat de "visch" er op dat tijdstip vaak nog niet eens is. Hij suggereert daarom dat een later tijdstip beter zou zijn, omdat de marktmeester dan ook een beter beeld heeft van de daadwerkelijke hoeveelheid aanvoer.

Het handschrift is een verzorgd cursief (spitschrift). De spelling is deels verouderd (zoals "visch" en "zoolang"), wat gebruikelijk was voor de vroege 20e eeuw. De afsluiting "Uw. dw. dn." staat voor "Uw dienstwillige dienaar". Het adres Lutmastraat 33-III in Amsterdam-Zuid bevindt zich in de Pijp. Deze wijk stond in de late 19e en vroege 20e eeuw bekend om zijn volkskarakter en de nabijheid van diverse markten (zoals de Albert Cuypmarkt). De brief is waarschijnlijk gericht aan een gemeentelijke instantie of de administratie van een visafslag. De loting was een gangbaar systeem om schaarse goederen of standplaatsen eerlijk te verdelen onder handelaren. De genoemde "marktmeester" was de ambtenaar verantwoordelijk voor de orde en regelgeving op de markt.

Samenvatting

De auteur, F. Vreydenberger, schrijft een betoog over de logistieke inefficiëntie van de huidige loting bij de vismarkt. De kern van het probleem is dat kooplieden die achteraan in de loting eindigen ("de laatste groep"), feitelijk geen kans maken op handel ("kans 0,000").

Vreydenberger stelt voor om de loting strakker te organiseren of te verplaatsen. Hoewel een loting om half 10 (9:30 uur) de mensen zonder kans de mogelijkheid geeft eerder naar huis te gaan, merkt hij op dat de "visch" er op dat tijdstip vaak nog niet eens is. Hij suggereert daarom dat een later tijdstip beter zou zijn, omdat de marktmeester dan ook een beter beeld heeft van de daadwerkelijke hoeveelheid aanvoer.

Het handschrift is een verzorgd cursief (spitschrift). De spelling is deels verouderd (zoals "visch" en "zoolang"), wat gebruikelijk was voor de vroege 20e eeuw. De afsluiting "Uw. dw. dn." staat voor "Uw dienstwillige dienaar".

Historische Context

Het adres Lutmastraat 33-III in Amsterdam-Zuid bevindt zich in de Pijp. Deze wijk stond in de late 19e en vroege 20e eeuw bekend om zijn volkskarakter en de nabijheid van diverse markten (zoals de Albert Cuypmarkt). De brief is waarschijnlijk gericht aan een gemeentelijke instantie of de administratie van een visafslag. De loting was een gangbaar systeem om schaarse goederen of standplaatsen eerlijk te verdelen onder handelaren. De genoemde "marktmeester" was de ambtenaar verantwoordelijk voor de orde en regelgeving op de markt.