Archiefdocument
Origineel
(In rood kader, linksboven:)
2 maal opgeroepen
niet gekomen:
(Schuin geschreven in zwarte/blauwe inkt, midden en rechtsboven:)
oproepen
3-1-44
dito [mogelijk 'deltaar']
oproepen
31-1-44
dito [mogelijk 'deltaar']
(In rode inkt, onderaan midden:)
oproepen
4-2-44
(A)
(Schuin aan de linkerzijde:)
p 5/1
p 19/1
niet gekomen
(In blauwe inkt, linksonder:)
[onleesbaar, mogelijk 'voldaan' of een naam]
11-2-44
(In blauw potlood, rechterzijde verticaal:)
W. v. G. [?]
(Midden rechts:)
[Onleesbare paraaf, met een dikke blauwe lijn doorgehaald] Het document is een administratieve 'track record' van een individu dat door de bezettingsautoriteiten werd gezocht voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid). De kern van de notitie staat in het rode kader: de persoon is tweemaal opgeroepen maar is niet verschenen.
De verschillende data (3-1, 31-1, 4-2 en 11-2) tonen de opeenvolgende pogingen van de administratie om de persoon te mobiliseren. De afkorting "(A)" bij de datum van 4 februari kan staan voor 'Afgevoerd' (naar de opsporingsdiensten of politie), wat een gebruikelijke procedure was wanneer iemand herhaaldelijk niet op een oproep reageerde. De verschillende kleuren inkt en handschriften wijzen erop dat het document door meerdere klerken is bewerkt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde de Duitse bezetter de Nederlandse beroepsbevolking in te zetten voor de Duitse oorlogseconomie. Veel Nederlandse mannen weigerden gehoor te geven aan deze oproepen en doken onder. De Gewestelijke Arbeidsbureaus hielden nauwgezet bij wie wel en wie niet kwam opdagen. Dit specifieke briefje is een tastbaar overblijfsel van de bureaucratische jacht op 'werkweigeraars'. Het feit dat de persoon op 11-2-44 nog steeds in de administratie voorkomt zonder definitieve status (behalve de doorgestreepte paraaf), suggereert dat de persoon succesvol aan de oproep bleef ontkomen. Politie