Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 6 januari 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer L.G. Bijster, Haarlemmer Houttuinen 77, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven in blauw potlood/inkt:] Verzonden 6/1 Jmp
[Getypt rechtsboven:] SV
25/70/2'43 M.
6 Januari 1944.
Den Heer L.G. Bijster
Haarlemmer Houttuinen 77
Amsterdam-Centrum.
=======================
Naar aanleiding van Uw brief inge-
komen op 27 December 1943 verleen ik U
hierbij vrijstelling van Uw verplichting
om een plaats te bezetten op de markt
Albert Cuypstraat gedurende Uw ziekte.
U dient er echter zorg voor te
dragen, dat het ook tijdens Uw afwezig-
heid verschuldigde marktgeld geregeld
wekelijks bij den dienstdoenden markt-
ambtenaar wordt betaald.
De Directeur, Dit document is een formele, administratieve kennisgeving uit de Tweede Wereldoorlog. De heer L.G. Bijster, een marktkoopman woonachtig in de Haarlemmer Houttuinen, heeft wegens ziekte verzocht om tijdelijk niet op de Albert Cuypmarkt te hoeven staan. De directeur van de betreffende gemeentelijke dienst willigt dit verzoek in.
Opvallend is de strikte nadruk op de financiële continuïteit: hoewel de koopman wegens ziekte is vrijgesteld van zijn fysieke aanwezigheidsplicht (om zijn standplaatsrechten niet te verliezen), moet het wekelijkse "marktgeld" onverminderd betaald worden aan de dienstdoende marktmeester. De brief is opgesteld in de toen gangbare formele spelling (zoals "den" en "dienstdoenden"). De brief dateert van januari 1944, een periode van schaarste en strikte regulering onder de Duitse bezetting. De Albert Cuypmarkt was een vitale bron voor de voedselvoorziening van de Amsterdamse bevolking. Marktvergunningen waren streng gereglementeerd; wie zijn plek niet bezette zonder officiële toestemming, liep het risico zijn vergunning kwijt te raken.
De archiefkenmerken bovenin ("Verzonden 6/1") duiden op een efficiënte administratieve afhandeling. Het adres van de ontvanger (Haarlemmer Houttuinen) en zijn werkplek (Albert Cuyp) verbinden twee iconische Amsterdamse volksbuurten uit die tijd. De brief illustreert hoe het dagelijks leven en de bijbehorende bureaucratie, ondanks de oorlogssituatie, op rigide wijze doorgingen.