Archiefdocument
Origineel
T. Mittendorf (Contr: Marktopzichter) De Heer Inspecteur van het Marktwezen No. 26/7/1/M. 1943
[In de marge: Mart 55 I, 886]
Den Heer Inspecteur
v.h. Marktwezen.
Op 22 Mei 1943 des namiddags had den vaste plaatshouder M. Feddema plaats 109 Dapperstraat een open gebleven plaats op de Dapperstraat ingenomen. Toen ik bij hem kwam en hem verzocht zijn schuld, vier weken marktgeld te betaler (f 2,40), gaf hij mij ten antwoord, die betaal ik niet eerder of ik moet antwoord hebben op mijn brief die ik over jou naar het marktwezen heb geschreven. Ik gelastte hem voor zijn onbehoorlijk gedrag om de markt te verlaten. Hierop gaf hij mij ten gehoore van een talrijk publiek ten antwoord: „Ik zal er wel voor zorgen dat je in Tught terecht komt.” Deze bedreiging heeft hij mij voor vier weken terug ook reeds gedaan. Ik gelastte hem hierop nogmaals de markt te verlaten, daar ik hem anders op een plaats bracht waar hij liever niet was. Hierop antwoordde hij: „Dat kan jij niet, dan moet je net als ik van het handje”, bij deze woorden hief hij zijn hand op, alsof hij de houzee groet bracht. Ik ben van meening dat Feddema voor zijn bedreiging tegen mij en zijn onbehoorlijk gedrag waarvan mij de reden niet bekend is moet worden gestraft.
Amsterdam 26 Mei 1943.
Contr: Marktopzichter T. Mittendorf.
[Aantekeningen in de marge en onderaan:]
* Linker marge: „geen geld ontvangen” / „en daar hij weigerde te betalen”
* Onderaan links: „Oproepen” (in blauw potlood)
* Onderaan midden: „26/7/2” (in rode inkt) Het document verslaat een escalerend conflict tussen een ambtenaar (de marktopzichter) en een marktkoopman (Feddema). De kern van het geschil is een achterstand in de betaling van het marktgeld (2 gulden en 40 cent voor vier weken).
Wat opvalt is de aard van de bedreigingen. De uitspraak „dat je in Tught terecht komt” is een directe verwijzing naar kamp Vught (vaak gespeld als 'Vught', hier als 'Tught' geschreven, wat ook naar een tuchthuis kan verwijzen). In 1943 was de dreiging met deportatie of opsluiting in een concentratiekamp een zeer zwaar drukmiddel.
De opmerking „van het handje” in combinatie met de „houzee groet” (de NSB-groet) suggereert dat Feddema lid was van de NSB of sympathiseerde met de bezetter. Hij probeerde hiermee zijn machtspositie ten opzichte van de opzichter te benadrukken. De opzichter rapporteert dit incident formeel om sancties tegen Feddema te bewerkstelligen. Dit rapport is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Dappermarkt in Amsterdam-Oost was een centrale plek in het dagelijks leven, maar ook een plek waar de spanningen van de oorlog zichtbaar werden.
In 1943 was de greep van de NSB op het openbare leven groot en werden Nederlandse ambtenaren voortdurend geconfronteerd met burgers die politieke connecties gebruikten om regels te omzeilen. De "houzee-groet" en de dreiging met kamp Vught (dat in januari 1943 in gebruik werd genomen) waren instrumenten van intimidatie. Dergelijke rapporten laten zien hoe triviale zaken (zoals 2,40 gulden marktgeld) in oorlogstijd direct verbonden raakten met levensgevaarlijke politieke repressie. De opmerking "Oproepen" in blauw potlood duidt erop dat de zaak serieus werd genomen en Feddema waarschijnlijk voor een tuchtcommissie of inspecteur moest verschijnen. M. Feddema T. Mittendorf Marktwezen NSB