Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 480
Dossier 25
Jaar 1943
Stadsarchief

Officieel rapport (getypt met handgeschreven kantekeningen).

6 oktober 1943. Van: De Inspecteur (ondertekend, mogelijk "de Boer"). Aan: Directeur (gezien de aantekening "aan Dir.").

Origineel

Officieel rapport (getypt met handgeschreven kantekeningen). 6 oktober 1943. De Inspecteur (ondertekend, mogelijk "de Boer"). Directeur (gezien de aantekening "aan Dir."). [Handgeschreven linksboven:]
aan Dir.
[dubbele onderstreping]

R A P P O R T

Mevrouw Goedings 69 jaar verklaarde mij desge-
vraagd op 11 September jl. in de loods aan de
Wagenaarstraat te hebben geconstateerd, dat aan
een persoon, die geregeld in burger dienst heeft
gedaan als marktambtenaar bij de verdeeling van
visch in opgemelde loods, visch werd afgegeven.
Met dezen persoon heeft zij het gesprek gevoerd,
in haar brief d.d. 13 September jl. vermeld.
Met den ambtenaar, welke dien dag dienst had,
heeft zij niet gesproken. Deze ambtenaar, verklaart
Mevrouw Goedings, doet zijn werk correct.
Uit de verklaring van Mevrouw Goedings moet
mijns inziens worden geconcludeerd, dat bedoelde
persoon de ambtenaar moet zijn geweest, die voor
1 September jl. dienst heeft gedaan op de markt
aan de Dapperstraat, namelijk de Heer van Moer-
kerken, daar deze de eenige ambtenaar is, welke
aldaar in burgerkleeding dienst heeft gedaan.
De controleur Helsloot door mij gehoord, ver-
klaarde, den Heer van Moerkerken op dien datum
niet in de loods aan de Wagenaarstraat te hebben
aangetroffen.
De Heer van Moerkerken verklaarde mij desge-
vraagd op dien datum den geheelen dag dienst te
hebben gedaan op de markt aan de Ten Katestraat
en derhalve niet bij den verkoop van visch op
de markt Dapperstraat aanwezig te zijn geweest.

Amsterdam, 6 October 1943.

De Inspecteur,

[Handgeschreven handtekening, mogelijk: de Boer]

[Handgeschreven aantekeningen in rood en blauw potlood:]
De Mw/v had dien dag geen dienst.
Boven bewering bewijst dat de Mw/v de visch niet leverde
Met Insp. besprok. 11-10-43
besproken 9-10-43

[Stempel onderaan:]
No. 26/13/3 M. 1943 [handgeschreven:] 1/w Dit rapport betreft een intern onderzoek naar een beschuldiging van vriendjespolitiek of illegale visleverantie tijdens de Duitse bezetting. Mevrouw Goedings, een 69-jarige burger, claimt te hebben gezien dat een marktambtenaar (die ze herkende omdat hij normaal in burgerkleding werkte) buiten de reguliere kanalen om vis ontving in een loods aan de Wagenaarstraat.

De inspecteur identificeert de verdachte ambtenaar als de heer Van Moerkerken, aangezien hij de enige was die in burgerkleding op de Dappermarkt werkte. Echter, het onderzoek pleit Van Moerkerken vrij: een andere controleur (Helsloot) heeft hem niet gezien, en Van Moerkerken zelf stelt dat hij die hele dag op een andere markt (Ten Katestraat) aan het werk was. De handgeschreven rode aantekeningen lijken de conclusie te bevestigen dat de beschuldiging ongegrond was of dat de identificatie door Mevrouw Goedings niet klopte.

Opvallend is de archaïsche spelling ("visch", "verdeeling", "geheelen") en de ambtelijke toon die typerend is voor Nederlandse overheidsdocumenten uit die periode. Het document dateert uit oktober 1943, een periode van diepe schaarste in het bezette Nederland. Voedsel, waaronder vis, was strikt gerantsoeneerd via het distributiestelsel. Vanwege de honger en de tekorten heerste er onder de bevolking grote achterdocht jegens ambtenaren die betrokken waren bij de voedselvoorziening. Beschuldigingen van corruptie, diefstal of het bevoordelen van bekenden ("onder de toonbank") kwamen veelvuldig voor.

Dit rapport illustreert hoe de bureaucratie, ondanks de oorlogsomstandigheden, dergelijke klachten van burgers nog steeds serieus onderzocht en administratief afhandelde. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse spanningen rondom de voedseldistributie in Amsterdam en de rol van marktinspecteurs in het handhaven van de orde binnen het distributiesysteem.

Samenvatting

Dit rapport betreft een intern onderzoek naar een beschuldiging van vriendjespolitiek of illegale visleverantie tijdens de Duitse bezetting. Mevrouw Goedings, een 69-jarige burger, claimt te hebben gezien dat een marktambtenaar (die ze herkende omdat hij normaal in burgerkleding werkte) buiten de reguliere kanalen om vis ontving in een loods aan de Wagenaarstraat.

De inspecteur identificeert de verdachte ambtenaar als de heer Van Moerkerken, aangezien hij de enige was die in burgerkleding op de Dappermarkt werkte. Echter, het onderzoek pleit Van Moerkerken vrij: een andere controleur (Helsloot) heeft hem niet gezien, en Van Moerkerken zelf stelt dat hij die hele dag op een andere markt (Ten Katestraat) aan het werk was. De handgeschreven rode aantekeningen lijken de conclusie te bevestigen dat de beschuldiging ongegrond was of dat de identificatie door Mevrouw Goedings niet klopte.

Opvallend is de archaïsche spelling ("visch", "verdeeling", "geheelen") en de ambtelijke toon die typerend is voor Nederlandse overheidsdocumenten uit die periode.

Historische Context

Het document dateert uit oktober 1943, een periode van diepe schaarste in het bezette Nederland. Voedsel, waaronder vis, was strikt gerantsoeneerd via het distributiestelsel. Vanwege de honger en de tekorten heerste er onder de bevolking grote achterdocht jegens ambtenaren die betrokken waren bij de voedselvoorziening. Beschuldigingen van corruptie, diefstal of het bevoordelen van bekenden ("onder de toonbank") kwamen veelvuldig voor.

Dit rapport illustreert hoe de bureaucratie, ondanks de oorlogsomstandigheden, dergelijke klachten van burgers nog steeds serieus onderzocht en administratief afhandelde. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse spanningen rondom de voedseldistributie in Amsterdam en de rol van marktinspecteurs in het handhaven van de orde binnen het distributiesysteem.

Locaties

Amsterdam.