Handgeschreven verzoekschrift voor een marktvergunning.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift voor een marktvergunning. 27 september 1943. [Linksboven:]
Legitimatiebewijs
№ 144515
No. 26/15/1 M. 1943 19/6
[Rechtsboven:]
a 211.
A’dam 27-9-43
[Midden boven:]
M. 7b. [onleesbaar monogram/paraf]
[Body:]
Ondergetekende
Ciere - Arie
geboren 16 April 1892 te A’dam
marktkoopman verzoekt in ‘t bezit
te worden gesteld van een vergun-
ning tot het innemen van een
losse standplaats op Zaterdagen
op de Openbareweg de Dapper-
straat tot verkoop van crameryen
surrogaten enz.
[Rechtsonder:]
A. Ciere
Insulindeweg № 154 I
(Oost)
[Linksonder en kantlijn - administratieve verwerking:]
H. De Wolff.
Spoedig advies
[Paraaf] 30/9.
Model afwijzing A’dam gestuurd.
Directeur Opbergen
[Paraaf] 7/11 ’43. Het document is een formeel verzoek van Arie Ciere, een marktkoopman uit Amsterdam-Oost, aan het gemeentebestuur (of de marktautoriteit) in 1943. Hij verzoekt om een standplaats op de Dapperstraat op zaterdagen voor de verkoop van "crameryen" (kramerijen: kleine huishoudelijke artikelen of fournituren) en "surrogaten".
Opvallend is de administratieve afhandeling in de kantlijn. Ondanks het verzoek lijkt de uitkomst negatief: onderaan staat genoteerd "Model afwijzing A’dam gestuurd", wat betekent dat de aanvrager een standaard afwijzingsbrief heeft ontvangen. De afhandeling duurde van eind september tot november 1943. Dit document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. De term "surrogaten" in de tekst is zeer tekenend voor deze periode; vanwege de schaarste en distributiebonnen werden veel producten (zoals koffie, thee en textiel) vervangen door vervangingsmiddelen van mindere kwaliteit.
De Dapperstraat is de locatie van de bekende Dappermarkt in Amsterdam-Oost. Tijdens de bezetting stond de markt onder streng toezicht van de bezetter en de crisis-controle-diensten. Veel Joodse marktkooplieden waren in deze periode al van de markten verdreven, waardoor de dynamiek op de Amsterdamse markten in 1943 ingrijpend veranderd en zwaar gereguleerd was. Het vermelde "Legitimatiebewijs" was in die tijd voor elke burger verplicht om bij zich te dragen. A. Ciere H. De