Archief 745
Inventaris 745-402
Pagina 541
Dossier 106
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief / Klachtbrief aan een gemeentelijke instantie.

5 februari 1943. Van: Mevrouw C.D. van der Beek - van Dok.

Origineel

Brief / Klachtbrief aan een gemeentelijke instantie. 5 februari 1943. Mevrouw C.D. van der Beek - van Dok. en ik vertelde hem het geval, ja zegt hij daar
kan ik niets aan doen, nu zei ik u ziet toch dat
die Mevrouw met de visch weggaat, en op mijn
aandringen vroeg die agent aan de vischkoopman
wat heb je nu gedaan, waarop de vischkoopman
antwoordde, die vrouw heeft last van haar maag
en daarom heeft ze graag visch, en de Markmees-
tervond het goed dat ik ze aan haar verkocht.
Daarop sprak de agent de Markmeester weer
aan (hij liep haastig voorbij) maar de Markmeester
haalde zijn schouders op en vond het niet de
moeite waard er over te praten. Kan u niet aan
deze toestand een einde maken door de Mark-
meester er op te wijzen dat iemand die aan de
beurt is ook werkelijk visch krijgt en niet iemand
die nog achter die persoon staat.
Nu wilde ik u nog het volgende vragen, als
er mosselen komen word er veel eerst een 30 Kilo
afgewogen en dat gaat in zakken en emmers,
is het geoorloofd dat de mosselenkoopman
zooveel voor eigen gebruik mag hebben?
Hopende eenig antwoord te ontvangen teeken
ik achtend C.D. v.d. Beek - v. Dok.
J. P. Heyestraat 127. II
Amsterdam.

(Marginale aantekeningen en stempels):

  • Links midden (stempel/geschreven): In Rapports afd. 5.2-43 [onleesbaar]
  • Links onder (in rode inkt): Heer! Dit lijkt mij een ernstig punt. Insp. onderzoek de feiten & rapport 8-2-43 [paraf]
  • Rechts onder (in zwarte inkt/potlood): (West.) bij mij ontboden en haar medegedeeld dat de betrokken ambtenaar buiten deze zaak staat. Mevr. B. heeft dan ook met deze mededeeling genoegen genomen. Opbergen 4-3-43 [paraf] * Toon: De brief is geschreven vanuit een gevoel van verontwaardiging en burgerplicht. De schrijfster hanteert een beleefde maar besliste toon om een misstand aan de kaak te stellen.
  • Kern van de klacht: Mevrouw Van der Beek klaagt over vriendjespolitiek op de markt. Een vrouw mocht de wachtrij passeren en vis kopen omdat ze "last van haar maag" zou hebben, met toestemming van de markmeester. Daarnaast stelt ze vragen over de grote hoeveelheden mosselen (30 kilo) die kooplieden voor "eigen gebruik" achterhouden voordat de verkoop aan het publiek begint.
  • Administratieve afhandeling: De rode aantekening laat zien dat de klacht aanvankelijk serieus werd genomen ("ernstig punt"). De latere notitie rechtsonder suggereert echter een bureaucratische afhandeling: de ambtenaar werd buiten schot gehouden en de klaagster werd 'tevredengesteld' met deze mededeling, waarna het dossier werd gesloten ("opbergen"). * Historische context: De brief is geschreven in februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
  • Schaarste en distributie: In deze periode was er sprake van grote voedselschaarste en een streng distributiesysteem. Vis en mosselen waren belangrijke aanvullingen op het karige rantsoen. Het feit dat mensen urenlang in de rij moesten staan, maakte bevoordeling ("voordringen") of het achterhouden van voorraden door kooplieden tot een uiterst gevoelige en explosieve kwestie.
  • Maatschappelijke spanning: Dergelijke brieven geven een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd en de spanningen op straat en op de markt, waar eerlijkheid en rechtvaardigheid cruciaal waren voor de sociale cohesie in een tijd van gebrek.

Samenvatting

  • Toon: De brief is geschreven vanuit een gevoel van verontwaardiging en burgerplicht. De schrijfster hanteert een beleefde maar besliste toon om een misstand aan de kaak te stellen.
  • Kern van de klacht: Mevrouw Van der Beek klaagt over vriendjespolitiek op de markt. Een vrouw mocht de wachtrij passeren en vis kopen omdat ze "last van haar maag" zou hebben, met toestemming van de markmeester. Daarnaast stelt ze vragen over de grote hoeveelheden mosselen (30 kilo) die kooplieden voor "eigen gebruik" achterhouden voordat de verkoop aan het publiek begint.
  • Administratieve afhandeling: De rode aantekening laat zien dat de klacht aanvankelijk serieus werd genomen ("ernstig punt"). De latere notitie rechtsonder suggereert echter een bureaucratische afhandeling: de ambtenaar werd buiten schot gehouden en de klaagster werd 'tevredengesteld' met deze mededeling, waarna het dossier werd gesloten ("opbergen").

Historische Context

  • Historische context: De brief is geschreven in februari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
  • Schaarste en distributie: In deze periode was er sprake van grote voedselschaarste en een streng distributiesysteem. Vis en mosselen waren belangrijke aanvullingen op het karige rantsoen. Het feit dat mensen urenlang in de rij moesten staan, maakte bevoordeling ("voordringen") of het achterhouden van voorraden door kooplieden tot een uiterst gevoelige en explosieve kwestie.
  • Maatschappelijke spanning: Dergelijke brieven geven een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd en de spanningen op straat en op de markt, waar eerlijkheid en rechtvaardigheid cruciaal waren voor de sociale cohesie in een tijd van gebrek.

Locaties

Amsterdam J.P. Heijestraat 127 II.