Handgeschreven ambtelijk rapport / interne correspondentie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk rapport / interne correspondentie. 3 mei 1943 (met een aantekening van afhandeling op 5 mei 1943). Inzake Den Heer Inspecteur Marktwezen
Dikwijls worden klachten ingediend dat men
bij deze stukjes leer met spijkers in hun banden
krijgen die plaatshouders met gummizolen op de
markt neerwerpen van oude schoenen.
Maandag 3 Mei had de sollicitant 588 Ten Katestr.
P Beers afval van oude schoenen op de markt
neergeworpen. Omstreeks 10.30 uur heb ik hem de vordering
gegeven dat afval op te rapen omdat het afval
gevaar opleverde voor het fietsend publiek.
Omstreeks 14 uur lag er zelfs nog meer afval.
Beers is geen dagelijksche bezoeker : ik stel voor
om voor hem gedurende Maandag, Donderdag, Vrijdag
en Zaterdag het recht te ontnemen voor een plaats
op de markt. Amsterdam 3 Mei '43 Z.O.Z. [Handtekening]
[In de linkermarge:]
No. 27/9/1 M. 1943 [Stempel]
5-5-43 [Handgeschreven]
afgehand[eld] De tekst betreft een officiële klacht van een marktbeambte (aangeduid als "sollicitant 588", wat destijds een term was voor een ambtenaar in proeftijd of een aspirant-controleur) over de wanorde op de Ten Katemarkt in Amsterdam. Het probleem betreft marktkooplieden ("plaatshouders") die handelen in gummizolen en oude schoenen. Bij het ter plekke bewerken of uitstallen van deze waren laten zij resten leer met spijkers op de grond slingeren.
De rapporteur meldt dat een zekere P. Beers op 3 mei 1943 weigerde zijn afval op te ruimen, ondanks een officiële vordering. Omdat dit gevaar oplevert voor fietsers (lekke banden), wordt een zware sanctie voorgesteld: het ontnemen van het recht op een marktplaats voor vier dagen per week. Uit de kantlijnnotitie van 5 mei 1943 blijkt dat de zaak twee dagen later is afgehandeld. Het document stamt uit mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode kenmerkte zich door enorme schaarste. Nieuwe leren schoenen waren nauwelijks verkrijgbaar, waardoor de handel in tweedehands schoenen en surrogaatmaterialen zoals "gummizolen" (rubberen zolen) op markten floreerde.
De zorg over "stukjes leer met spijkers" voor het "fietsend publiek" was in 1943 uiterst relevant. Fietsbanden waren nagenoeg niet meer verkrijgbaar; velen reden op surrogaatbanden of massieve houten banden. Een lekke band door een rondslingerende spijker was destijds niet slechts een irritatie, maar een ernstige belemmering voor de mobiliteit, aangezien reparatiemateriaal en nieuwe banden enkel op de zwarte markt of met zeer schaarse distributiebonnen te vinden waren. Het streng handhaven van de marktorde was daarom een prioriteit voor het Amsterdamse Marktwezen. Marktwezen (Inspecteur) P. Beers Marktwezen