Brief (klachtenbrief)
Origineel
Brief (klachtenbrief) M. G. Harman Dit is Mijnheer een kleinen greep van mijn in een paar uren
tijds geconstateerd, over toestanden die zich dagelijks voordoen op den open,,
baren markt de Lindengracht. Nu wilden ik aan u vragen is zulks
geoorloofd, in zoón onderstuk staan sjaggeraars die ook koopen, want zij
hooren zoogenaamd in dien hal, want zij krijgen immers steeds een nieuwen
koopman met visch, en hebben zij het steeds uit den eersten hand om
even weer een paar misschien vijf pond te nemen, de zak is groot genoeg.
Hij staat achter in den loods, en of hij het kwijt kan, nou dat weet hij
ook wel, t is enkelt een kwestie van hebben, een strop heb hij nooit.
Ik ben in staat Mijnheer om u desnoods nog meer betrouwbaren gegevens
te verstrekken, echter hoop ik dat het zoo genoeg mogen wezen, en dat
aan dezen groten onrechtvaardigheid, spoedig worden ingegrepen, de
burgers zullen u er dankbaar voor zijn. Want Mijnheer als dezen visch
enz, eens verkocht zou worden zoo als in den Mobilisatie van den jaren
1914-1918 in een Gemeente Vischhal, en de koopers desnoods een cent of
meer per pond moeten betalen voor den kosten te dekken, als de gemeen,,
schap ze niet dragen kan, en bovendien den vischkoopman controleeren
of hij zijn gewicht nog heb, volgens zijn geleiden bon, er zou dan
al meteen heel veel bereikt zijn. Nu hoop ik echter dat dezen paar
gegevens, u mogen interesseeren, en u aan den waarheid niet twijfelt
en u het van mijn op prijs mogen stellen, om u hiervan onkundig
te laten door u niet even te schrijven, en dat het spoedig mogen
veranderen.
Hoogachtend.
M. G. Harman.
Marnixstraat 165 II
A.dam Taal en schrijfstijl:
De brief is geschreven in een archaïsche, volkse vorm van het Nederlands. De schrijver hanteert een eerbiedige toon ("Mijnheer"), maar de zinsbouw is soms gebrekkig en de spelling is fonetisch beïnvloed (bijv. "sjaggeraars" voor sjacheraars, "onkandig" – wat verbeterd lijkt naar onkundig, en "zoón" voor zo'n). Het gebruik van de dubbele komma (,,) als afbrekingsteken aan het einde van een regel is kenmerkend voor die tijd.
Inhoudelijke punten:
1. Sjacheraars: De schrijver klaagt over tussenpersonen of illegale handelaren ("sjaggeraars") die vis opkopen voordat de gewone burger erbij kan.
2. Bevoorrechte positie: Deze handelaren zouden vis "uit de eerste hand" krijgen in de loodsen, waardoor zij nooit verlies ("strop") lijden.
3. Oplossing: Harman stelt voor om terug te keren naar een systeem van een "Gemeente Vischhal", vergelijkbaar met de distributie tijdens de Eerste Wereldoorlog.
4. Controle: Er wordt gepleit voor strengere controle op gewichten en de officiële geleidebonnen van de kooplieden. De Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan was (en is) een bekende marktlocatie. In de periode na de Eerste Wereldoorlog was de voedselvoorziening en de eerlijke distributie daarvan een groot maatschappelijk thema. Tijdens de mobilisatie (1914-1918) was er sprake van schaarste en distributiebonnen, waarbij de overheid een actieve rol speelde in de verkoop van levensmiddelen via gemeentelijke hallen om woekerprijzen tegen te gaan.
De afzender, M. G. Harman, woont aan de Marnixstraat, een straat die parallel loopt aan de Jordaan, vlakbij de Lindengracht. De brief is waarschijnlijk gericht aan een marktmeester, een wethouder of de burgemeester, met als doel een einde te maken aan de informele, oneerlijke handelspraktijken die de gewone burger benadeelden. De tekst weerspiegelt de mondigheid van de Amsterdamse burger die opkomt voor het algemeen belang.