Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 72
Dossier 27
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypt verslag van een verhoor of onderzoek (pagina 3 van 5).

Origineel

Getypt verslag van een verhoor of onderzoek (pagina 3 van 5). -3- 5

Wel verklaarde De Wolff, dat hij van dezen politieman zeer veel
steun heeft gehad.
Ten aanzien van het koopen van visch hebben wij De Wolff
medegedeeld, dat er vele en zeer ernstige klachten over hem waren.
De Wolff verklaarde, dat er voor hem nooit visch door de
marktkooplieden is achtergehouden; hij heeft nimmer bij deze koop-
lieden visch gekocht of gekregen. Wel kocht hij om de 3, 4 weken
visch bij de halhouders. De Wolff, zeide, dat hij steeds vrij van
alle kooplieden heeft gestaan; hij wenschte dit als ambtseedig
ambtenaar en als veldwachter te verklaren.
De Wolff wees er opnieuw op, dat het publiek in de Jordaan
wel tot het lastigste behoort. Er is een man, die, nadat De Wolff
is overgeplaatst naar de Jan Evertsenstraat ook mee is overgegaan
en nu weer dagelijks op de Jan Evertsenstraat aanwezig is om te
trachten iets te ontdekken. De Wolff wijst een en ander aan zijn
buren, die N.S.B. zijn en hem reeds zeer lang dwarsboomen. Eerst
zou De Wolff een clandestienen kolenhandel hebben gedreven, toen
werd hij beschuldigd van het luisteren naar de Engelsche radio en
nu wordt/hem /van gezegd, dat hij in den zwarten vischhandel zit.
Zijn buurvrouw brengt al deze praatjes in omloop. Hierover
is reeds op het kringhuis gesproken, waar de vrouw onder handen
zou zijn genomen.
De Wolff heeft nimmer gezien, dat politieambtenaren bij de
kooplieden visch kochten; wel bij Fleysman en Visser. In het begin
van de vischregeling, verklaarde De Wolff, heeft hij wel toegestaan
dat de agenten 2 pond visch per week kochten, doch sedert hij de
kwestie heeft gehad met den agent Smit van de Westerstraat, heeft
hij hieraan radicaal een einde gemaakt. Dit is nu al wel een jaar
geleden. Sedert eenige maanden verbiedt hij, in opdracht van den
Inspecteur, dat de agenten zelfs in de loods kwamen. De Inspecteur
deelde in aansluiting hierop nog mede, dat hij den brigadier Maas
de vorige week heeft gesproken. Deze verklaarde, dat hij in de 3
maanden, dat hij dienst doet op de Lindengracht nog nimmer kans
heeft gezien om 2 pond visch te koopen!
Ten slotte verklaarde De Wolff, dat hij Fleysman en Visser
meermalen heeft gevraagd om na afloop van den vischverkoop de
deuren van de loodsen te sluiten, omdat anders het publiek niet
naar huis ging. Zij deden dit dan, als zijzelf ook niets te koop
hadden. Wanneer dit wel zoo was, bleven de deuren open en gingen
zij met hun verkoop door. Het document betreft een verdediging van veldwachter De Wolff tegen diverse beschuldigingen. De kern van de zaak draait om vermeende corruptie of begunstiging bij de distributie van vis tijdens de schaarste (waarschijnlijk tijdens de bezettingsjaren). De Wolff ontkent vis te hebben aangenomen van marktkooplieden en stelt dat hij professionele afstand bewaart.

Opvallend is de vermelding van de sociale spanningen:
1. Conflict met de buurt: Het publiek in de Jordaan wordt als "lastig" omschreven.
2. Politieke spanning: De Wolff stelt dat hij wordt gedwarsboomd door buren die lid zijn van de N.S.B. (Nationaal-Socialistische Beweging).
3. Valse beschuldigingen: Er wordt gerefereerd aan eerdere aantijgingen van "clandestienen kolenhandel" en het luisteren naar de "Engelsche radio" (een strafbaar feit tijdens de Duitse bezetting).

Het document geeft ook inzicht in de interne politie-etiquette en de strikte scheiding die de Inspecteur wilde tussen agenten en de handelsloodsen om de schijn van partijdigheid te voorkomen. Dit verslag speelt zich af in Amsterdam (Jordaan, Jan Evertsenstraat, Lindengracht) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schaarste aan voedsel en brandstof leidde tot een bloeiende zwarte handel en onderlinge achterdocht. De rol van de politie was precair; zij moesten enerzijds de distributiewetten handhaven en anderzijds opereren in een vijandige omgeving waar politieke loyaliteit (N.S.B. versus niet-N.S.B.) een grote rol speelde bij aangiften en verklikkingen. De vermelding van het "kringhuis" (een lokaal hoofdkwartier van de N.S.B.) bevestigt dat de politieke druk van de collaborerende partij zelfs op het niveau van buurtvrouwen en veldwachters voelbaar was.

Samenvatting

Het document betreft een verdediging van veldwachter De Wolff tegen diverse beschuldigingen. De kern van de zaak draait om vermeende corruptie of begunstiging bij de distributie van vis tijdens de schaarste (waarschijnlijk tijdens de bezettingsjaren). De Wolff ontkent vis te hebben aangenomen van marktkooplieden en stelt dat hij professionele afstand bewaart.

Opvallend is de vermelding van de sociale spanningen:
1. Conflict met de buurt: Het publiek in de Jordaan wordt als "lastig" omschreven.
2. Politieke spanning: De Wolff stelt dat hij wordt gedwarsboomd door buren die lid zijn van de N.S.B. (Nationaal-Socialistische Beweging).
3. Valse beschuldigingen: Er wordt gerefereerd aan eerdere aantijgingen van "clandestienen kolenhandel" en het luisteren naar de "Engelsche radio" (een strafbaar feit tijdens de Duitse bezetting).

Het document geeft ook inzicht in de interne politie-etiquette en de strikte scheiding die de Inspecteur wilde tussen agenten en de handelsloodsen om de schijn van partijdigheid te voorkomen.

Historische Context

Dit verslag speelt zich af in Amsterdam (Jordaan, Jan Evertsenstraat, Lindengracht) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schaarste aan voedsel en brandstof leidde tot een bloeiende zwarte handel en onderlinge achterdocht. De rol van de politie was precair; zij moesten enerzijds de distributiewetten handhaven en anderzijds opereren in een vijandige omgeving waar politieke loyaliteit (N.S.B. versus niet-N.S.B.) een grote rol speelde bij aangiften en verklikkingen. De vermelding van het "kringhuis" (een lokaal hoofdkwartier van de N.S.B.) bevestigt dat de politieke druk van de collaborerende partij zelfs op het niveau van buurtvrouwen en veldwachters voelbaar was.

Gerelateerde Documenten 3