Getypte verklaring/verslag (pagina 2).
Origineel
Getypte verklaring/verslag (pagina 2). Ongedateerd (vermoedelijk jaren '40, oorlogs- of naoorlogse periode). -2-
60 kaarthoudsters heeft geteld. Deze regeling gaf zeer veel reden tot klagen bij het in de rij staande publiek. De betreffende vrouwen bleven namelijk op een afstand staan wachten tot er een kar met ~~zeer~~ mooie ~~visch~~ zeevisch of aal naar binnen reed en meldden zich dan tegelijk bij den contrôleerenden ambtenaar! De ontevredenheid van het publiek uit de rij sproot dan ook mede voort uit de regeling met de voorrangskaarten.
Ten aanzien van de mededeeling van De Wolff, dat hij slechts overzicht had over den verkoop in één loods hebben wij hem gevraagd, waarom hij hierover nimmer bezwaren bij zijn superieuren heeft ingebracht. De Wolff antwoordde hierop, dat de Politie de regeling in handen had van het toelaten van het publiek tot de loodsen. Het was hem onmogelijk om hierop voldoende toezicht te houden. Bovendien was in een van de twee loodsen steeds een ambtenaar van de Economische Politie aanwezig, genaamd De Bak. Ook contrôleur Noorlander van den C.C.D. was vaak aanwezig. Wanneer De Wolff in de eene loods contrôleerde, nam De Bak de andere voor zijn rekening. De Wolff deelde mede, dat hij nimmer om dezen ambtenaar heeft gevraagd. Naar de meening van De Wolff kwam deze De Bak reeds voordat de verkoop officieel in de loodsen plaats vond; naar schatting wel een jaar lang en vrijwel dagelijks.
Deze mededeeling wordt telefonisch bevestigd door Inspecteur Bonarius van het Hoofdbureau van Politie.
De Bak verrichtte dezelfde werkzaamheden als De Wolff; hij turfde ook regelmatig. De Bak kocht nooit visch bij de marktkooplieden; wel heeft De Wolff eenige keeren gezien, dat hij bij Fleysman en Visser, de halhouders, visch kocht. Het publiek heeft hij hierover nooit aanmerkingen hooren maken.
De Wolff handhaafde zijn standpunt, dat er geen visch tusschen de De Ruyterkade en Lindengracht kon verdwijnen. Hij grondde dit hierop, dat de kooplieden niet vooruit wisten, wanneer hij zou turven. Bij het turven is het vrijwel nooit voorgekomen, dat er hoeveelheden visch ontbraken. Vandaar zijn conclusie, dat er geen visch werd achtergehouden of reeds onderweg verdween. Aangezien ook De Bak steeds turfde, zou ook deze hieromtrent kunnen worden gehoord. De Wolff wijst er hierbij op, dat de verhouding tusschen hem en De Bak gedurende geruimen tijd zoodanig was, dat ze vijandig tegenover elkaar stonden. Hierin is pas 1½ maand geleden wat verbetering gekomen. Naar De Wolff’s meening, sluit dit vanzelfsprekend "handje plak" tusschen hen beiden uit. Er was evenwel geen volledige werkverdeeling tusschen De Wolff en De Bak; dit kan er ook niet zijn, aangezien ze niet in het zelfde dienstverband zaten. * Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toenmalige spelling (vóór de spellingwijziging van 1947), herkenbaar aan woorden als "visch", "contrôleerenden" en de buigings-n bij "den".
* Inhoudelijke kern: Het document leest als een onderdeel van een rechercheonderzoek of een intern onderzoek naar fraude of zwarte handel. Er is sprake van een spanningsveld tussen de controleurs (De Wolff en De Bak). De Wolff verdedigt zichzelf tegen verdachtmakingen van corruptie ("handje plak") door te wijzen op hun vijandige relatie.
* Correcties: In de eerste alinea zijn enkele woorden handmatig doorgehaald en vervangen (bijv. "zeevisch" in plaats van "visch"), wat wijst op een proces-verbaal of een officieel verslag dat nauwkeurig werd nagelopen.
* Systeem van controle: Er wordt gesproken over "turven" (het tellen/registreren van ladingen) om te voorkomen dat goederen verdwijnen tussen de haven (De Ruyterkade) en de markt (Lindengracht). Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe nasleep daarvan (de schaarste-economie). De vermelding van de C.C.D. (Centrale Crisis Controle Dienst) is hierbij cruciaal; dit was de instantie die toezag op de naleving van de distributiewetten en de bestrijding van de zwarte handel. De "voorrangskaarten" wijzen op een systeem van rantsoenering of privileges in een tijd van grote tekorten. De locaties (De Ruyterkade en Lindengracht) plaatsen de gebeurtenissen in Amsterdam, specifiek rondom de visafslag en de daaropvolgende distributie naar de markten. Het onderzoek lijkt te draaien om de vraag of er vis werd achtergehouden voor de zwarte markt en of de controlerende ambtenaren hierbij betrokken waren.