Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 98
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

30 december 1943.

Origineel

Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 30 december 1943. No.1071 L.M.1943 18/1-1944

Nº 29/1/1 M.1944 24/1 (paars stempel) Bespreking markt op de Nieuwmarkt.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Donderdag, 30 December 1943.

De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen herinnert eraan, dat in de vergadering van 27 Augustus jl. werd behandeld een voorstel van den Directeur van het Marktwezen, de markt op de Nieuwmarkt op te heffen in verband met den aldaar plaats hebbenden "bonnenhandel" en "zwarte handel". De Burgemeester ging daarmede accoord en besloot, deze zaak eerst met de Politie te bespreken.

Op grond van een rapport van het politiebureau Houtmarkt ter zake en een rapport van een drietal opsporingsambtenaren Prijsbeheerschingsbesluit betreffende den omvang van de normale markt, welke op de Nieuwmarkt wordt gehouden, komt het den waarnemenden Politiepresident voor, dat door de aanwezigheid van marktkramen aldaar en de omstandigheid, dat op en nabij de Nieuwmarkt allerlei kleine straten en steegjes uitkomen en zich in de omgeving veel café'tjes bevinden, de bestaande misstanden in sterke mate in de hand worden gewerkt. In overweging wordt gegeven de markt te verplaatsen naar het Waterlooplein.

De Burgemeester besluit, in beginsel te bepalen, dat in verband met de bijzondere tijdsomstandigheden met ingang van 10 Januari 1944 voorlopig op de Nieuwmarkt geen markt zal worden gehouden en noodigt den Wethouder voor de Levensmiddelen uit, een desbetreffend ontwerp-besluit ter tafel te brengen.

Afschrift hiervan zal worden gegeven aan de afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (2 stuks).

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,

w.g. J.F. Franken. Dit officiële document betreft een besluit van de burgemeester van Amsterdam om de markt op de Nieuwmarkt tijdelijk op te heffen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de "bonnenhandel" en "zwarte handel" die er plaatsvonden. Uit rapporten van de politie (bureau Houtmarkt) en opsporingsambtenaren van de prijsbeheersing bleek dat de stedenbouwkundige situatie van de Nieuwmarkt — de vele nauwe steegjes en nabijgelegen cafés — deze illegale handel faciliteerde.

Er wordt voorgesteld om de markt te verplaatsen naar het Waterlooplein. De burgemeester besluit dat er per 10 januari 1944 voorlopig geen markt meer mag worden gehouden op de Nieuwmarkt. De betrokken wethouder krijgt de opdracht dit besluit verder uit te werken. Het document dateert van december 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. Amsterdam stond op dat moment onder het bestuur van de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte. De "bijzondere tijdsomstandigheden" waarnaar verwezen wordt, is een eufemisme voor de oorlogssituatie, schaarste en rantsoenering.

De zwarte handel en de illegale handel in distributiebonnen waren voor de bezetter en het collaborerende stadsbestuur een groot probleem, omdat het de officiële (door de Duitsers gecontroleerde) distributie ondermijnde. De keuze voor de Nieuwmarkt is wrang: deze buurt was het hart van de oude Joodse wijk. Eind 1943 waren de meeste Joodse Amsterdammers al gedeporteerd, waardoor de wijk grotendeels leegstond en een brandpunt werd voor clandestiene activiteiten en de handel in goederen uit leegstaande huizen. Het verplaatsen van de markt was een repressieve maatregel om de controle op de bevolking en de goederenstroom te vergroten.

Samenvatting

Dit officiële document betreft een besluit van de burgemeester van Amsterdam om de markt op de Nieuwmarkt tijdelijk op te heffen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de "bonnenhandel" en "zwarte handel" die er plaatsvonden. Uit rapporten van de politie (bureau Houtmarkt) en opsporingsambtenaren van de prijsbeheersing bleek dat de stedenbouwkundige situatie van de Nieuwmarkt — de vele nauwe steegjes en nabijgelegen cafés — deze illegale handel faciliteerde.

Er wordt voorgesteld om de markt te verplaatsen naar het Waterlooplein. De burgemeester besluit dat er per 10 januari 1944 voorlopig geen markt meer mag worden gehouden op de Nieuwmarkt. De betrokken wethouder krijgt de opdracht dit besluit verder uit te werken.

Historische Context

Het document dateert van december 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting. Amsterdam stond op dat moment onder het bestuur van de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte. De "bijzondere tijdsomstandigheden" waarnaar verwezen wordt, is een eufemisme voor de oorlogssituatie, schaarste en rantsoenering.

De zwarte handel en de illegale handel in distributiebonnen waren voor de bezetter en het collaborerende stadsbestuur een groot probleem, omdat het de officiële (door de Duitsers gecontroleerde) distributie ondermijnde. De keuze voor de Nieuwmarkt is wrang: deze buurt was het hart van de oude Joodse wijk. Eind 1943 waren de meeste Joodse Amsterdammers al gedeporteerd, waardoor de wijk grotendeels leegstond en een brandpunt werd voor clandestiene activiteiten en de handel in goederen uit leegstaande huizen. Het verplaatsen van de markt was een repressieve maatregel om de controle op de bevolking en de goederenstroom te vergroten.

Gerelateerde Documenten 3