Officieel afschrift van een uittreksel (Extract) uit het Boek der Besluiten.
Origineel
Officieel afschrift van een uittreksel (Extract) uit het Boek der Besluiten. 7 januari 1944. Nº 29/1/2 M.1944 24/1 [stempel/handgeschreven]
No. 1071 L.M.1943 19/1 '44 AFSCHRIFT.
Voorloopig geen markt op de
Nieuwmarkt.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 7 Januari 1944.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordthet volgende besluit genomen:
Burgemeester van Amsterdam:
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied. (Verordeningenblad 1941, afdeeling 4, volgno. 517);
Gezien het rapport van den wnd. Politiepresident d.d. 20 December 1943 Lr.S. No. 13042;
Gelet op art. 6, 4e lid, van de Verordening op den Dienst van het Marktwezen;
B e s l u i t :
te bepalen, dat in verband met de bijzondere tijdsomstandigheden, met ingang van 10 Januari 1944 voorloopig geen markt zal worden gehouden op de Nieuwmarkt.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (4 stuks) Algemeene Zaken (4 stuks) Publieke Werken (4 stuks) en Financiën (2 stuks)
Voor eensluidend afschrift:
de Gemeentesecretaris,
w.g. J.F. Franken. Dit document is een formeel besluit van de (tijdens de bezetting aangestelde) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. In het besluit wordt vastgelegd dat de markt op de Nieuwmarkt met ingang van 10 januari 1944 voor onbepaalde tijd wordt opgeschort.
Als formele reden worden de "bijzondere tijdsomstandigheden" opgevoerd. Het besluit steunt op een voorstel van de betreffende wethouder en een rapport van de waarnemend Politiepresident. Het document is ondertekend door de gemeentesecretaris, J.F. Franken, als bewijs dat dit afschrift overeenkomt met het originele besluit. De datum van dit document, januari 1944, is cruciaal voor het begrijpen van de werkelijke reden achter dit besluit. De Nieuwmarkt lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Tegen de tijd dat dit besluit werd genomen, was het overgrote deel van de Joodse bevolking van Amsterdam al gedeporteerd naar concentratie- en vernietigingskampen. De wijk was grotendeels ontvolkt en de sociale en economische structuren waren volledig vernietigd.
De term "bijzondere tijdsomstandigheden" was een gangbaar eufemisme van de bezettingsautoriteiten en het collaborerende stadsbestuur om maatregelen te rechtvaardigen die voortvloeiden uit de oorlogssituatie of de vervolging. De betrokkenheid van de Politiepresident wijst erop dat handhaving en openbare orde in een nagenoeg lege wijk een rol speelden bij de sluiting van de markt. De markt, die eeuwenlang het kloppend hart van de buurt was geweest, had in de ogen van de bezetter en de gelijkgeschakelde gemeente geen bestaansrecht meer nu de oorspronkelijke doelgroep was weggevoerd.