Openbare kennisgeving (officiële bekendmaking).
Origineel
Openbare kennisgeving (officiële bekendmaking). 8 januari 1944. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). [Linksboven, handgeschreven:]
No. 1071 L.M. 1943 11/44
[Stempel in paars/blauw met rode schuine streep:]
No 29/1/3. M. 1947/17
[Rechtsboven, handgeschreven:]
20 x gezonden naar Marktwezen 11/44
[Paraaf]
[Midden:]
No.1 O p e n b a r e k e n n i s g e v i n g
De Burgemeester van Amsterdam
Gelet op art.6 (4) van de Verordening op den Dienst van het Marktwezen;
brengt ter openbare kennis,
dat hij bij zijn besluit van 7 Januari 1944, No.1071 L.M. 1943, heeft besloten; dat met ingang van 10 Januari 1944 in verband met de bijzondere tijdsomstandigheden voorloopig geen markt zal worden gehouden op de Nieuwmarkt.
[Linksonder:]
A.M.
[Paraaf/teken]
C.S. Stadhuis,
A'dam, 1-'44.
No. 131
[Rechtsonder:]
Amsterdam, 8 Januari 1944
De Burgemeester van Amsterdam,
Voûte
de Gemeentesecretaris,
J.F. Franken Dit document is een officiële bekendmaking van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. De burgemeester, Edward Voûte, besluit hierin om de markt op de Nieuwmarkt per 10 januari 1944 tijdelijk op te schorten.
De administratieve kenmerken bovenin tonen aan hoe het document werd verwerkt: er zijn 20 kopieën verstuurd naar de afdeling Marktwezen. De stempels met jaartallen als '1947' duiden op latere archivering of verwerking na de oorlog. De opmaak is typisch voor die tijd: getypt op een schrijfmachine met specifieke spatiering voor nadruk in de kop ("O p e n b a r e k e n n i s g e v i n g"). De beslissing om de markt op de Nieuwmarkt te staken moet gezien worden in de context van de Tweede Wereldoorlog. De term "bijzondere tijdsomstandigheden" was een gangbaar eufemisme voor de ontwrichting door de bezetting.
De Nieuwmarkt lag in het hart van de Jodenbuurt. Tegen januari 1944 waren vrijwel alle Joodse Amsterdammers uit dit gebied gedeporteerd. De buurt was grotendeels leeg komen te staan en veel panden werden gesloopt voor brandhout tijdens de hongerwinter die zou volgen, maar ook al eerder door leegstand. De markt had hiermee zijn functie en publiek verloren. Edward Voûte, die als burgemeester collaboreerde met de Duitse bezetter, voerde met dit besluit een administratieve handeling uit die de fysieke en sociale vernietiging van de buurt weerspiegelde. Na de oorlog werd Voûte hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf. C.S. Stadhuis J.F. Franken Marktwezen Stadhuis