Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/klacht). 25 februari 1945. N. Schijffelen (geboren 2 maart 1879), wonend aan de Houtmarkt 25-III, Amsterdam. [Linksboven:] No. 29/4/1 1043 21/2
[Rechtsboven:] 600
Amsterdam 25 Febr: 1945.
Den Wel Ed: Heer Directeur
van het Marktwezen, alhier.
Wel Ed: Heer [In marge:] n.i. Dir. [paraaf]
Beleefd verzoekt ondergetekende N. Schijffelen
geb: 2 Maart 1879, wonend Houtmarkt 25 III, Uw aandacht voor
onderstaand, door de omstandigheden daartoe gedwongen, wel
wat uitvoerig schrijven; waarvoor bij voorbaat zijnen oprechten
dank. Woensdag 21 dezer, werd hij na ± 2 uur in den rij op den
Nieuwmarkt, tot het verkrijgen van visch, gewacht te hebben, toen
hij aan de beurt was, tot zijne niet geringe verbazing, door den
daar toen dienstdoende Marktmeester gezegd, dat hij, omdat hij
den vorigen dag visch had gehad, nu niet in aanmerking kwam
voor visch. Dat was waar hij had 23 Febr: 1 kilo Braseem gehad.
Nu zou dit op zich zelf bekeken rechtvaardig zijn, ware het niet
dat er 10 tallen menschen die elken dag visch krijgen, ja er zijn er
zelfs die de visch clandestien met groote winst verkopen, Gij kunt
elken ochtend om ± 7 uur altijd een groep mannen zien staan
altijd de zelfde, waarom wij er met z’n tweeën vooruit werden
gezocht, weten wij niet, de Marktmeester wilde daarover geen ver-
klaring geven. Nu weet onderget: wel dat het moeilijk is zuiver
rechtvaardig te zijn, daarom meent hij de vrijheid te mogen ne-
men, te verzoeken daarin verandering te willen brengen, door
b.v. Nummers uit te geven, opdat ieder aantal menschen houders
van [einde pagina] In deze brief beklaagt de heer Schijffelen zich over de gang van zaken bij de visverkoop op de Nieuwmarkt. Nadat hij uren in de rij heeft gestaan, wordt hem vis geweigerd omdat hij twee dagen eerder al een kilo brasem heeft kunnen kopen. Schijffelen wijst op de onrechtvaardigheid en de willekeur: hij stelt dat een vaste groep mannen elke dag vis krijgt en deze "clandestien" (op de zwarte markt) met winst doorverkoopt.
De toon van de brief is formeel en beleefd ("Beleefd verzoekt", "zijnen oprechten dank"), maar de frustratie over de corruptie of de gebrekkige controle door de marktmeester is duidelijk voelbaar. De schrijver stelt een praktisch systeem voor (het uitgeven van nummers) om de verdeling eerlijker te maken. De brief is gedateerd op 25 februari 1945, midden in de Hongerwinter in bezet Nederland. In Amsterdam heerste op dat moment een acute noodsituatie door het gebrek aan voedsel en brandstof. Vis (zoals de genoemde brasem) was een van de weinige eiwitbronnen die nog incidenteel beschikbaar waren, maar de schaarste leidde tot enorme rijen en een bloeiende zwarte markt.
De Nieuwmarkt was van oudsher een centrale plek voor handel, maar tijdens de oorlog was de controle op de distributie van levensmiddelen essentieel voor het overleven van de bevolking. Klachten over corruptie en vriendjespolitiek door ambtenaren of marktmeesters kwamen in deze periode veelvuldig voor, omdat de verdeling van schaars voedsel letterlijk een kwestie van leven of dood kon zijn. De brief geeft een indringend beeld van de dagelijkse overlevingsstrijd en de sociale spanningen die de schaarste met zich meebracht. N. Schijffelen Marktwezen