Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekening. 4 juni 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). extra [handgeschreven in paarse inkt]
29/7/2 m. 4 Juni 1943 VD/SV
plaats op de Nieuwmarkt.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen
A l h i e r.
===========
Onder terugzending van het met
Uw kantbrief d.d. 17 Mei jl. om advies
ontvangen stuk no. 25/1 L.M. 1943 heb
ik de eer U te berichten, dat uit een
ingesteld onderzoek is gebleken, dat
adressant een plaats vraagt voor den
verkoop van 2e handsch goederen op de
Nieuwmarkt.
Aangezien hij niet in het bezit
was van de voor dezen verkoop benoodigde
textielvergunning, is hem de raad ge-
geven zich te wenden tot het betreffende
Rijksbureau in Den Haag. De zaak kan
hiermede voorloopig als afgedaan worden
beschouwd.
De Directeur,
--- De brief is een formeel ambtelijk advies van een directeur aan een wethouder in Amsterdam. De kern van de correspondentie is de afhandeling van een verzoek van een burger (de "adressant") om een standplaats op de Nieuwmarkt.
De aanvraag wordt feitelijk aangehouden of afgewezen op bureaucratische gronden: de aanvrager wenst tweedehands goederen (waaronder blijkbaar textiel) te verkopen, maar beschikt niet over de noodzakelijke "textielvergunning". De lokale overheid legt de verantwoordelijkheid bij de aanvrager zelf om deze vergunning op nationaal niveau (bij een Rijksbureau in Den Haag) te regelen alvorens de aanvraag voor een standplaats opnieuw in overweging kan worden genomen. De toon is zakelijk en strikt volgens de vigerende procedures van die tijd.
--- Dit document stamt uit juni 1943, een periode midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De context van de oorlog is essentieel voor het begrijpen van de inhoud:
- Schaarste en Distributie: In 1943 was er een nijpend tekort aan alles, inclusief kleding en textiel. Alles was "op de bon" (distributiestelsel). De handel in tweedehands goederen nam hierdoor enorm toe, maar werd door de bezetter en de Nederlandse overheid streng gereguleerd via een stelsel van Rijksbureaus om de zwarte handel in te dammen.
- Bestuur onder Bezetting: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in oorlogstijd een uiterst belangrijke en beladen functie, verantwoordelijk voor de rantsoenering en voedselvoorziening in de stad. Amsterdam stond op dat moment onder het gezag van een regeringscommissaris (burgemeester Voute), die collaboreerde met de bezetter.
- De Nieuwmarkt: Deze locatie in Amsterdam was historisch een centrum van handel, maar lag ook in de voormalige Jodenbuurt. In juni 1943 waren de grote deportaties van de Joodse bevolking uit deze buurt in volle gang of reeds voltooid, wat de dagelijkse gang van zaken op de markt drastisch moet hebben veranderd.
- Bureaucratie: De brief toont aan dat de ambtelijke molens, ondanks de oorlogsomstandigheden, bleven draaien volgens formele regels en hiërarchieën. De verwijzing naar een "Rijksbureau in Den Haag" duidt op de centralisatie van de economische controle tijdens de bezettingsjaren.