Officieel afschrift van een strafoplegging (strafbeschikking).
Origineel
Officieel afschrift van een strafoplegging (strafbeschikking). 13 september 1943. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). [Stempel linksboven:] No. 29/16/5 M. 1943 15/9
[Handgeschreven aantekeningen bovenaan, deels in potlood en rood krijt:]
m. d. u. n. v. p.
Terug ontvangen van afd marktpersoneel.
[Handtekening/paraf] 22/9
Marktm V.j.
13 September 1943.
486'43
S t r a f
Ik deel U mede te hebben besloten U met ingang van 8 September 1943 voor den tijd van één jaar het recht tot het innemen van een plaats op één der markten te ontnemen, wegens het op de markt op de Nieuwmarkt verkoopen of te koop aanbieden van bonlooze broodjes en/of bonlooze koek of gebak.
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
VM
A a n
den heer E.J.Helder.geb.21-8-'21
Anjeliersstraat 119 hs
MW. A.W.'t Hooft-Penning,geb.21 Sep.'09
Gelderschekade 102
Mw.M.Antenbrink,geb.14-5-'21 h pl.
P.Nieuwlandstr.6
den heer J.Moelee,geb.24-1-'21 hpl.
Commelinstr.48
Mw.M.H.v.Dijk,Distelweg 62 woonplaats
[Blauw ovaal stempel rechtsonder met tekst:] ho ca. K.P. [en handtekening/paraf] * Juridische aard: Het betreft een administratieve sanctie opgelegd door het gemeentebestuur van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De straf is collectief gericht aan vijf verschillende personen die blijkbaar bij hetzelfde incident of soortgelijke incidenten op de Nieuwmarkt betrokken waren.
* Vergrijp: De genoemde personen hebben "bonlooze" (zonder distributiebonnen) waren verkocht of te koop aangeboden. In 1943 was vrijwel al het voedsel op de bon; handel buiten dit systeem om werd streng bestraft als zwarte handel.
* Sanctie: De straf is zwaar: een volledig jaar uitsluiting van alle markten in de stad. Voor marktkooplieden betekende dit een onmiddellijke vernietiging van hun legale bron van inkomsten.
* Kenmerken: Het document bevat diverse administratieve sporen, zoals stempels van de afdeling marktwezen en handgeschreven aantekeningen die duiden op de interne verwerking binnen het stadhuis. De namen van de ondertekenaars (Voûte en Franken) zijn getypt in paarse inkt, wat destijds gebruikelijk was voor doorslagen of officiële kopieën. Dit document is een direct resultaat van de economische schaarste en de daaruit voortvloeiende repressie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Edward Voûte was de door de Duitse bezetter benoemde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam en stond bekend om zijn meewerkende houding.
De Nieuwmarkt was historisch gezien een belangrijk handelscentrum in Amsterdam. Tijdens de bezetting werd hier scherp gecontroleerd door de crisiscontroledienst en de politie op naleving van de distributievoorschriften. De verkoop van "bonloze" artikelen was voor veel burgers een manier om aan extra voedsel te komen, maar voor de overheid was het een ondermijning van het officiële distributiesysteem. De strenge straf van één jaar uitsluiting past in het beeld van de escalerende repressie tegen economische overtredingen in de latere oorlogsjaren.