Handgeschreven verzoekschrift (brief).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (brief). 19 september 1943. D. van Deijnen (mogelijk namens of samen met B. Hajof), Molensteeg 18, Amsterdam. [Linksboven handgeschreven:]
Afd. Stron [of Strove?]
advies
21-9-43
[Stempel/koptekst:]
No. 29/25/1 M. 1943 22/9
[Rechtsboven:] 141
[Rechts:] 19.9.’43.
Wel Edle Heeren?
De ondergetekende neemt met de
meeste eerbied U te vragen of zij in
de gunst mag komen voor vaste Markt-
plaats op de Nieuwmarkt
Ik ben voorzien van Tentvergunning
Maar daar het nu verboden is om met
Textiel goederen te staan zoo ben ik
genoodzaakt om met Porselein en aard-
ewerk in mijn onderhoud te voorzien
Ik staan 2 jaar op de Nieuwmarkt
maar ik was toen de namen genoteerd
werden niet zoodoende ben ik verplicht
U te schrijven
Mijn Man is in RK Gesticht en ik
hoop dat hij dan niet zonder bestaan
zal komen als hij er vandaan kom
Hopende dat U aan mijn verzoek
mag voldoen verblijf ik Uw achtend
Uw Dienstw B. Hajof
D v. Deijnen Molensteeg 18 alhier In deze brief verzoekt een marktkoopvrouw om een vaste standplaats op de Nieuwmarkt in Amsterdam. De kernpunten van het verzoek zijn:
- Handelswijziging door oorlogsomstandigheden: De schrijfster beschikt over een vergunning, maar mag vanwege nieuwe verboden niet langer in textiel handelen. Om toch een inkomen te genereren, is zij overgestapt op porselein en aardewerk.
- Administratieve misslag: Zij voert aan dat zij reeds twee jaar op de Nieuwmarkt staat, maar dat zij niet aanwezig was toen de namen voor de vaste standplaatsen officieel werden genoteerd. Met deze brief probeert zij deze omissie te herstellen.
- Sociale urgentie: De schrijfster vermeldt dat haar echtgenoot in een "RK Gesticht" (Rooms-Katholiek instituut of ziekenhuis) verblijft. Zij wil een stabiele financiële basis hebben voor wanneer hij terugkeert. Het document dateert uit september 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen groot. Textiel was al vroeg in de oorlog op de bon gegaan en de handel erin werd gedurende de bezetting steeds strikter gereguleerd en uiteindelijk voor veel kleine handelaren verboden om de schaarse voorraden voor de oorlogsindustrie of centrale distributie te reserveren.
De Nieuwmarkt was destijds een belangrijk handelscentrum in een buurt die zwaar getroffen was door de wegvoering van de Joodse bevolking. De registratie van marktkooplui ("namen genoteerd") was onderdeel van de toenemende ambtelijke controle op de economie door de bezetter en het collaborerende of meewerkende gemeentebestuur. De Molensteeg, waar de schrijfster woonde, bevindt zich in de directe nabijheid van de Nieuwmarkt. B. Hajof D. van Deijnen Marktwezen