Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 210
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

Woensdag 22 september 1943

Origineel

Woensdag 22 september 1943 Woensdag 22 Sept. 1943
No. 29/33/1 M. 1943 24/9 (174)
H.H. Marktwezen:
w. nrp [?]

daar ik nog geen bericht heb ont-
vangen voor een vergunning
voor de Nieuwmarkt, vraag
ik zo beleefd Uw aandacht.
Daar ik in Duitsland ge-
weest ben en naar huis toe
gezonden ben, daar ik afge-
keurd ben wegens ziekte, ben
ik in Mei begonnen met
handel (geen raccord of joden-
huisraad) eerlijk ingekocht bij
de grossier. Papieren zijn
ter inzage. Informaties zijn
bij mijn vroegere patroons te
verkrijgen. Ik neem op het
ogenblik een losse plaats
in, en wou nu graag een
vaste plaats willen hebben.
Ik verkoop de mensen, zoals
galanteriën, bijvoorbeeld,
aardappelmesjes, asbakjes, kleine In deze brief verzoekt een marktkoopman om een vaste standplaats op de Nieuwmarkt in Amsterdam. De tekst biedt een inkijkje in de sociaaleconomische realiteit van 1943:

  • Arbeitseinsatz: De schrijver vermeldt dat hij in Duitsland is geweest (waarschijnlijk voor gedwongen tewerkstelling), maar wegens ziekte is teruggestuurd ("afgekeurd"). Dit wordt aangevoerd als achtergrond voor zijn huidige situatie en behoefte aan werk.
  • Legitimiteit: Er wordt sterk benadrukt dat de handel "eerlijk" is. De expliciete vermelding "(geen raccord of jodenhuisraad)" is zeer veelzeggend. "Jodenhuisraad" verwijst naar de inboedels van gedeporteerde Joodse Amsterdammers die door de bezetter (via de 'M-Aktion' of 'Puls-actie') werden geroofd. De schrijver distantieert zich hiervan om zijn betrouwbaarheid te bewijzen aan de instanties.
  • Handelswaar: Hij handelt in "galanteriën" (kleinwaren/snuisterijen) zoals huishoudelijke artikelen (aardappelmesjes en asbakjes).
  • Status: De schrijver werkt momenteel op een "losse plaats" (een dagplaats) en ambieert de zekerheid van een "vaste plaats". De brief is geschreven in september 1943, een periode waarin de Jodenbuurt rond de Nieuwmarkt vrijwel volledig was leeggehaald door deportaties. De markt zelf bleef functioneren, maar stond onder streng toezicht van de Dienst van het Marktwezen, die op dat moment nauw samenwerkte met de Duitse bezettingsautoriteiten.

Het vermelden van "geen jodenhuisraad" illustreert hoe de grootschalige diefstal van Joods bezit in het Amsterdamse straatbeeld en de handel aanwezig was; het was blijkbaar nodig voor een eerlijke handelaar om expliciet te verklaren dat hij zich niet inliet met deze gestolen goederen. De brief is een typisch voorbeeld van een rekest uit de oorlogsjaren, waarin burgers hun loyaliteit en "onbesproken gedrag" proberen aan te tonen om in aanmerking te komen voor vergunningen.

Samenvatting

In deze brief verzoekt een marktkoopman om een vaste standplaats op de Nieuwmarkt in Amsterdam. De tekst biedt een inkijkje in de sociaaleconomische realiteit van 1943:

  • Arbeitseinsatz: De schrijver vermeldt dat hij in Duitsland is geweest (waarschijnlijk voor gedwongen tewerkstelling), maar wegens ziekte is teruggestuurd ("afgekeurd"). Dit wordt aangevoerd als achtergrond voor zijn huidige situatie en behoefte aan werk.
  • Legitimiteit: Er wordt sterk benadrukt dat de handel "eerlijk" is. De expliciete vermelding "(geen raccord of jodenhuisraad)" is zeer veelzeggend. "Jodenhuisraad" verwijst naar de inboedels van gedeporteerde Joodse Amsterdammers die door de bezetter (via de 'M-Aktion' of 'Puls-actie') werden geroofd. De schrijver distantieert zich hiervan om zijn betrouwbaarheid te bewijzen aan de instanties.
  • Handelswaar: Hij handelt in "galanteriën" (kleinwaren/snuisterijen) zoals huishoudelijke artikelen (aardappelmesjes en asbakjes).
  • Status: De schrijver werkt momenteel op een "losse plaats" (een dagplaats) en ambieert de zekerheid van een "vaste plaats".

Historische Context

De brief is geschreven in september 1943, een periode waarin de Jodenbuurt rond de Nieuwmarkt vrijwel volledig was leeggehaald door deportaties. De markt zelf bleef functioneren, maar stond onder streng toezicht van de Dienst van het Marktwezen, die op dat moment nauw samenwerkte met de Duitse bezettingsautoriteiten.

Het vermelden van "geen jodenhuisraad" illustreert hoe de grootschalige diefstal van Joods bezit in het Amsterdamse straatbeeld en de handel aanwezig was; het was blijkbaar nodig voor een eerlijke handelaar om expliciet te verklaren dat hij zich niet inliet met deze gestolen goederen. De brief is een typisch voorbeeld van een rekest uit de oorlogsjaren, waarin burgers hun loyaliteit en "onbesproken gedrag" proberen aan te tonen om in aanmerking te komen voor vergunningen.

Gerelateerde Documenten 3