Brief (pagina 2 en 3 van een meerdelig schrijven).
Origineel
Brief (pagina 2 en 3 van een meerdelig schrijven). [Pagina 2]
toen is mij de gelegenheid geboden
van af de Rijksdienst ter uit
voering Zuiderzeesteunwet
Rokin 149 Amsterdam, dat ik
kon dan afvloeien als vischventer
om in aanmerking te komen
voor de Zuiderzeesteun, die
steun is 12 gulden voor man
en vrouw, en 1 gulden voor
elk kind beneden de leeftijd
van 14 jaar. W.Ed. Heer,
toen heb ik dat noodgedwongen
moeten aanvaarde, want
de Rijksdienst, die heeft mijn
toen geschreven, dat er werd
aangenomen dat ik het visch
vente had gestaakt, en dat ik
niet meer kon vente al was het
maar voor één enkele dag
W.Ed. Heer. ik heb dat toen
aanvaard, zoo als ik u schrijf
met een bloedend hart, dat
ik zoo mijn marktplaats
moest prijsgeven. maar de
[Pagina 3]
omstandighede vorm de mensch
ik leed met mijn vrouw en
kinderen de grootste armoede
en toen later kreeg ik mijn
Zuiderzeesteun dat was
19 gulden per week. ik heb 6
kinderen benede de 14 jarige
leeftijd en 1 gulden word er
verstrekt voor een steun huis
word te zamen 19 gulden, ik
verhuur f 2,50 per week. blijft
over f 16,50. daar moet ik van
leven met man en vrouw en
7 kinderen. ik heb een kind
die is boven de 14 jarige leeftijd
het is wel niet veel voor zoo n
groot gezin, maar wij zijn
nog van de grootste armoede
gevrijwaard, maar ik kan er
met vrouw en kinderen ^lang niet
van komen, van die Zuiderzee
steun, die steun is te krap
gesteld. 12 gulden voor man en
vrouw. dat gaat wel, maar De schrijver van de brief, een voormalig visboer (vischventer), beschrijft de hartverscheurende keuze waar hij voor stond. Om in aanmerking te komen voor de 'Zuiderzeesteun', was hij verplicht zijn handel en zijn vaste marktplaats volledig op te geven. De Rijksdienst stelde als strikte voorwaarde dat hij zelfs niet voor één dag meer mocht venten.
Uit de tekst spreekt een grote emotionele last ("met een bloedend hart"), maar ook een bittere noodzaak door "de grootste armoede". De schrijver geeft een gedetailleerd overzicht van zijn budget:
* Basissteun voor echtpaar: 12 gulden.
* Toeslag per kind (<14 jaar): 1 gulden (voor 6 kinderen).
* Extra toeslag (mogelijk voor huisvesting): 1 gulden.
* Totaal: 19 gulden per week.
* Na aftrek van huur (2,50 gulden) blijft er 16,50 gulden over voor een gezin van 9 personen (man, vrouw en 7 kinderen, waarvan één ouder dan 14).
De toon is respectvol ("W.Ed. Heer") maar dringend; hij wil de ontvanger duidelijk maken dat de steun "te krap gesteld" is om fatsoenlijk van rond te komen. De Zuiderzeesteunwet (officieel uit 1925, aangepast in 1932) was bedoeld om de economische gevolgen van de afsluiting van de Zuiderzee op te vangen. De bouw van de Afsluitdijk (voltooid in 1932) maakte een einde aan de zoutwatervisserij, waardoor duizenden vissers en gerelateerde beroepen, zoals deze visverkoper, hun broodwinning verloren.
De wet werd vaak bekritiseerd vanwege de strenge voorwaarden en het lage niveau van de uitkeringen. De 'steun' werd vaak ervaren als een vorm van armenzorg met een groot sociaal stigma. De verplichting om volledig te stoppen met werken om recht te hebben op een schamele uitkering, zoals in deze brief beschreven, was een veelvoorkomend knelpunt voor kleine zelfstandigen in die tijd.