Handgeschreven brief of verklaring, vermoedelijk een afschrift of onderdeel van een dossier betreffende sociale steun.
Origineel
Handgeschreven brief of verklaring, vermoedelijk een afschrift of onderdeel van een dossier betreffende sociale steun. 12 juli 1938. 1 gulden voor elk kind benede-
de 14 jarige leeftijd. dat is te kort
maar Mijnheer daar is nu
eenmaal niets aan te doen
want zoo is de Zuiderzeesteun-
wet ingestelt. W. E. D. Heer
nu heb ik in die jaren dat ik af-
gevloeit was als vischrenter
een onderhoud gehad, met
de Heere op de Rijksdienst
of het niet mogelijk was
om met een vaste geldelijke
tegemoet komen ingevolge
artikel 13 van de Zuiderzee
steunwet, weer met het
vischrente te mogen beginne
maar de Heeren op de Rijksdien
kon daar geen beslissing over
nemen. W. E. D. Heer u begrijpt
wel dat ~~was~~ mijn zin niet. ik liep
graad drie jaar in mijn Zuider
zeesteun en nu heb ik pas de
leeftijd van 52 jaar bereikt
12 Juli 1938 ben ik 52 jaar geworden * Inhoud: De schrijver klaagt over de beperkte hoogte van de Zuiderzeesteun (1 gulden per kind onder de 14). Hij beschrijft een gesprek met ambtenaren van de Rijksdienst over de mogelijkheid om, conform artikel 13 van de steunwet, weer een vaste "vischrente" (een soort pensioen of vergoeding voor vissers) te ontvangen. De ambtenaren konden hier echter geen besluit over nemen.
* Kernbegrippen:
* Zuiderzeesteunwet: Wetgeving om de sociaaleconomische gevolgen van de Afsluitdijk op te vangen.
* Vischrente: Een specifieke uitkering voor vissers die hun beroep niet meer konden uitoefenen.
* W. E. D. Heer: Waarschijnlijk een afkorting voor een beleefdheidsvorm zoals "Wel Edelgeboren Heer".
* Schrifttype: Een vlot, enigszins onregelmatig cursief handschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw. Er is een correctie zichtbaar op regel 20. Dit document stamt uit een periode van grote maatschappelijke verandering in de Nederlandse kustregio's. Na de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932 stortte de zoutwatervisserij in de voormalige Zuiderzee in. De overheid stelde de Zuiderzeesteunwet in om de gedupeerde vissers en hun gezinnen financieel te ondersteunen.
In 1938, het jaar van dit schrijven, waren veel gezinnen al jaren afhankelijk van deze steun, die vaak als karig werd ervaren. De brief weerspiegelt de frustratie van een individu met de bureaucreatie van de Rijksdienst en de beperkingen van de toenmalige sociale zekerheid. De schrijver is op de dag van schrijven precies 52 jaar geworden en lijkt zijn recht op een betere regeling te beargumenteren op basis van zijn leeftijd en de duur van zijn steunperiode. D. Heer