Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 236
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekbrief.

16 september 1943. Van: B. S. van Delden, marktkoopman, wonende aan de Gaaspstraat 31 III, Amsterdam (Z). Aan: De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekbrief. 16 september 1943. B. S. van Delden, marktkoopman, wonende aan de Gaaspstraat 31 III, Amsterdam (Z). De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. 240.

Amsterdam 16 Sept
1943.

No. 29/51/1 M. 1943 29/9 [stempel]
Wel: Ed: Heer. Directeur.
marktwezen

B. S. van Delden.
Gaaspstr 31 III a-dam. (Z)

verzoekt. voor - tijdelijk
Jacob. Oosterveld.
geb: 12 Sept: 1909
te Deventer.

29/51/2 [rode inkt]

Als assistent bij zich te
mogen hebben.

„Reden:
dat hij handelt in uurwerken, en
bij Reparatie’n niet voldoende aan-
dacht kan hebben op zijn handel.

Hoog achtend
B. S. v Delden. marktkoopman
standplaats nieuw markt. 29 De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan de Amsterdamse dienst Marktwezen. De afzender, B.S. van Delden, vraagt toestemming om een assistent, de in Deventer geboren Jacob Oosterveld, tijdelijk in dienst te nemen.

De zakelijke onderbouwing voor dit verzoek is dat Van Delden handelt in uurwerken (horloges en klokken). Omdat hij ook reparaties uitvoert, kan hij zijn aandacht niet volledig bij de verkoop op de kraam houden. Hij heeft daarom ondersteuning nodig voor de verkoop op de standplaats aan de Nieuwmarkt.

Het document bevat diverse administratieve kenmerken, zoals een dossiernummer in een paars stempel en een aantekening in rode inkt, wat wijst op een formele behandeling door de gemeentelijke bureaucratie. De brief dateert uit september 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De Amsterdamse markten, en in het bijzonder de Nieuwmarkt, stonden onder streng toezicht van de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur.

De namen in de brief zijn historisch significant. Veel marktkooplieden op de Nieuwmarkt waren van Joodse afkomst. De Gaaspstraat, waar Van Delden woonde, lag in de Rivierenbuurt, een wijk met een grote Joodse populatie in die tijd. Uit archiefonderzoek (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Oosterveld (geboren op 12 september 1909 in Deventer) inderdaad een Joodse marktkoopman was. Hij is in 1944 in Midden-Europa omgekomen.

Dit document is dus niet alleen een zakelijk verzoek om assistentie, maar ook een tastbaar bewijs van het dagelijks leven en de overlevingspogingen van Joodse Amsterdammers die, ondanks de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen, probeerden hun brood te verdienen in het najaar van 1943.

Samenvatting

De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman aan de Amsterdamse dienst Marktwezen. De afzender, B.S. van Delden, vraagt toestemming om een assistent, de in Deventer geboren Jacob Oosterveld, tijdelijk in dienst te nemen.

De zakelijke onderbouwing voor dit verzoek is dat Van Delden handelt in uurwerken (horloges en klokken). Omdat hij ook reparaties uitvoert, kan hij zijn aandacht niet volledig bij de verkoop op de kraam houden. Hij heeft daarom ondersteuning nodig voor de verkoop op de standplaats aan de Nieuwmarkt.

Het document bevat diverse administratieve kenmerken, zoals een dossiernummer in een paars stempel en een aantekening in rode inkt, wat wijst op een formele behandeling door de gemeentelijke bureaucratie.

Historische Context

De brief dateert uit september 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De Amsterdamse markten, en in het bijzonder de Nieuwmarkt, stonden onder streng toezicht van de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur.

De namen in de brief zijn historisch significant. Veel marktkooplieden op de Nieuwmarkt waren van Joodse afkomst. De Gaaspstraat, waar Van Delden woonde, lag in de Rivierenbuurt, een wijk met een grote Joodse populatie in die tijd. Uit archiefonderzoek (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Oosterveld (geboren op 12 september 1909 in Deventer) inderdaad een Joodse marktkoopman was. Hij is in 1944 in Midden-Europa omgekomen.

Dit document is dus niet alleen een zakelijk verzoek om assistentie, maar ook een tastbaar bewijs van het dagelijks leven en de overlevingspogingen van Joodse Amsterdammers die, ondanks de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen, probeerden hun brood te verdienen in het najaar van 1943.

Gerelateerde Documenten 3