Handgeschreven verzoekschrift voor een marktvergunning.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift voor een marktvergunning. 28 september 1943. S. Huirman, Geldersekade 95 huis, Amsterdam. [Linksboven:] No. 29/52/1 M. 1943 29/9
[Rechtsboven:] (238)
28.9.43 Amsterdam
Ondergeteekende richt een vriendelijk
verzoek aan U en wel dit. ik zou gaarne
vergunning van U hebben om op den
Nieuwe Mark staan ik ben in het bezit
van een vergunning als opkooper in een voor
de ophaaldienst nu heb ik wel eens anderen
artikelen te koop dan lampen en metalen
namelijk meubelen pannen potten en anderen
artikelen geen textiel dat mag niet
verkocht worden,
In vriendelijke afwachting S Huirman
Gelderschekade 95 huis
Vergunning No. 1148. en [doorgehaald] 5900
[Ambtelijke kanttekeningen onderzijde:]
[Links:]
M. Ströer
Spoedig advies [paraf]
Opgeroepen 10/10 '43 AB
[Midden:]
30/9. acc. [paraf]
2. o. 2. [paraf] 7/10
[Rechts:]
Kan voor legit. kaart losse
plaats in aanmerking komen
12/10 '43
de Ambt: [handtekening] Het document is een verzoek van een burger, S. Huirman, aan de Amsterdamse autoriteiten (waarschijnlijk de marktmeester of de afdeling marktwezen). Huirman heeft reeds een vergunning als opkoper voor de "ophaaldienst" — een term die in de oorlogsjaren vaak refereerde aan de inzameling van metalen en andere grondstoffen voor de (Duitse) oorlogsindustrie of algemene recycling.
De aanvrager wil zijn handel uitbreiden naar een vaste of losse standplaats op de Nieuwmarkt om daar huisraad zoals meubels, pannen en potten te verkopen. De taal is eenvoudig en bevat enkele grammaticale imperfecties ("op den Nieuwe Mark staan" in plaats van "te staan"). Interessant is de expliciete toevoeging dat er geen textiel verkocht zal worden; textiel was tijdens de bezetting een schaars goed dat strikt via het distributiesysteem (bonnen) verliep en waarvan de vrije handel verboden was. De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (september 1943). In deze periode was er een enorme schaarste aan goederen en was de handel aan banden gelegd door de bezetter. De Nieuwmarkt, van oudsher een belangrijk handelscentrum in Amsterdam, bleef gedurende de oorlog een plek voor (beperkte) handel, al was de joodse bevolking die daar voorheen prominent aanwezig was, in 1943 nagenoeg geheel weggevoerd.
De ambtelijke notities tonen de bureaucratische afhandeling: binnen enkele weken wordt de aanvraag beoordeeld, de aanvrager opgeroepen en wordt geconcludeerd dat hij in aanmerking komt voor een "losse plaats" op basis van zijn legitimatiebewijs. De snelheid van de afhandeling suggereert dat de handel in tweedehands goederen door de gemeente werd gedoogd of zelfs aangemoedigd om in de lokale behoeften te voorzien. M. Str S. Huirman Marktwezen