Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 309
Dossier 106
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijke notitie / intern adviesformulier.

2 oktober 1943 tot en met 9 november 1943.

Origineel

Ambtelijke notitie / intern adviesformulier. 2 oktober 1943 tot en met 9 november 1943. [Bovenaan de pagina:]
Th. Swier, om spoed advies.
m.i. 2/10

[Eerste adviesblok:]
Mos is een lastig persoon derhalve adviseer
ik U aan Mos geen plaatsbewijs uit te
reiken.
2/10 '43
de ambt
Swier [handtekening]

[Tweede adviesblok:]
In afwijking van vorenstaand advies,
adviseer ik U Mos alsnog een kaart
voor losse plaats uit te reiken.
Het is de bedoeling het met Mos
nog eens aan te zien of hij zich
behoorlijk gedraagt.
2/11 '43
de ambt
Swier [handtekening]

[Onderste tekstblok:]
Th. Lieburgh kent deze Mos.
m.i. diens meening vragen
J v/d [onleesbaar]

[Linksonder, diagonaal geschreven:]
losse plaats
9-11-'43
v d Haer

[Rechtsonder:]
Losse plaats afgegeven
en ingeschreven op
soll. lijst. no. 272.
Onbergen.
HB 9/11 '43 Het document toont een bureaucratisch proces waarin wordt beslist over de status van een individu genaamd Mos.

  1. Aanvraag en weigering: Op 2 oktober 1943 wordt om spoedadvies gevraagd. Ambtenaar Swier adviseert negatief omdat Mos als een "lastig persoon" wordt bestempeld. Hij adviseert om geen plaatsbewijs uit te reiken.
  2. Herziening: Precies een maand later, op 2 november 1943, herziet Swier zijn advies. Er wordt besloten Mos een "kaart voor losse plaats" te geven als een soort proefperiode om te zien of hij zich "behoorlijk gedraagt".
  3. Inwinning van informatie: Er wordt gesuggereerd om de mening van Th. Lieburgh te vragen, die Mos blijkbaar kent.
  4. Afhandeling: Op 9 november 1943 wordt de kaart daadwerkelijk afgegeven en geregistreerd onder nummer 272 op een sollicitatielijst (mogelijk 'soll.' voor sollicitatie of een specifiek register). De locatie "Onbergen" wordt vermeld; dit zou kunnen verwijzen naar Ommeren of een verbastering/specifieke aanduiding van een locatie. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1943). In deze tijd was het verkeer van personen en het recht op verblijf of werk streng gereguleerd door middel van passen en bewijzen. De termen "plaatsbewijs" en "kaart voor losse plaats" kunnen in deze context duiden op een tijdelijke vergunning voor verblijf in een bepaald gebied, een tewerkstellingsvergunning, of mogelijk een bewijs gerelateerd aan de kampen (zoals Kamp Erika bij Ommen, wat de vermelding 'Onbergen/Ommen' zou kunnen verklaren). Het document illustreert hoe subjectieve morele oordelen ("lastig persoon", "behoorlijk gedragen") een directe rol speelden in de ambtelijke besluitvorming over de bewegingsvrijheid van burgers.

Samenvatting

Het document toont een bureaucratisch proces waarin wordt beslist over de status van een individu genaamd Mos.

  1. Aanvraag en weigering: Op 2 oktober 1943 wordt om spoedadvies gevraagd. Ambtenaar Swier adviseert negatief omdat Mos als een "lastig persoon" wordt bestempeld. Hij adviseert om geen plaatsbewijs uit te reiken.
  2. Herziening: Precies een maand later, op 2 november 1943, herziet Swier zijn advies. Er wordt besloten Mos een "kaart voor losse plaats" te geven als een soort proefperiode om te zien of hij zich "behoorlijk gedraagt".
  3. Inwinning van informatie: Er wordt gesuggereerd om de mening van Th. Lieburgh te vragen, die Mos blijkbaar kent.
  4. Afhandeling: Op 9 november 1943 wordt de kaart daadwerkelijk afgegeven en geregistreerd onder nummer 272 op een sollicitatielijst (mogelijk 'soll.' voor sollicitatie of een specifiek register). De locatie "Onbergen" wordt vermeld; dit zou kunnen verwijzen naar Ommeren of een verbastering/specifieke aanduiding van een locatie.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1943). In deze tijd was het verkeer van personen en het recht op verblijf of werk streng gereguleerd door middel van passen en bewijzen. De termen "plaatsbewijs" en "kaart voor losse plaats" kunnen in deze context duiden op een tijdelijke vergunning voor verblijf in een bepaald gebied, een tewerkstellingsvergunning, of mogelijk een bewijs gerelateerd aan de kampen (zoals Kamp Erika bij Ommen, wat de vermelding 'Onbergen/Ommen' zou kunnen verklaren). Het document illustreert hoe subjectieve morele oordelen ("lastig persoon", "behoorlijk gedragen") een directe rol speelden in de ambtelijke besluitvorming over de bewegingsvrijheid van burgers.

Gerelateerde Documenten 3