Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 30 oktober 1943 Een marktkoopman (naam niet direct leesbaar onder de tekst, mogelijk de Haan op basis van de kantlijnnotitie). [Linksboven, stempel en handgeschreven:]
No. 29/07/1 M. 1943 2/11
Oproepen 10-11-43
de Haan [?]
[Rechtsboven:]
474
Amsterdam 30 Oct 1943
[Midden:]
Weled Heer
[Body tekst:]
Ondergetekende verzoekt beleefd alsnog
in aanmerking te mogen komen voor
een vaste standplaats op de Nieuwmarkt.
Ik heb reeds op de Nieuwmarkt gestaan
tot 17-4-43, maar door ziektelijk lijden
n.l. aan gewrichts rheumatiek kon ik
echter niet op mijn standplaats staan
en heb toen de marktmeester hiervan in
kennis gesteld, die mijn vrouw toezegde
hiervan kennis te geven aan het kan-
toor. Nu ben ik echter zoover hersteld
en heb mij toen gewend aan Uw kantoor
die voor mij een nieuw formulier invulde
en het U ter hand zou stellen om
weer op mijn oude plaats, plaats No I
te mogen staan. Nu ben ik bij de markt-
opzichter geweest, die mij vertelde dat hij
bericht voor mij van uw kantoor had
ontvangen en dat hij zich voor mijn zaak
interesseerde en beloofde mij j.l. vrijdag een
plaats te zullen aanwijzen Toen ik echter * Afzender: Een marktkoopman (naam niet direct leesbaar onder de tekst, mogelijk de Haan op basis van de kantlijnnotitie).
* Inhoud: De schrijver verzoekt om zijn vaste standplaats (Nummer 1) op de Amsterdamse Nieuwmarkt terug te krijgen. Hij legt uit dat hij vanaf 17 april 1943 afwezig was wegens medische redenen ("gewrichts rheumatiek").
* Proces: De communicatie liep via zijn vrouw naar de marktmeester en vervolgens via het kantoor van de marktinstantie. De markt-opzichter is al op de hoogte en heeft toegezegd een plaats aan te wijzen, maar er lijkt een obstructie te zijn (de zin breekt af bij "Toen ik echter...").
* Toon: Formeel en eerbiedig ("Weled Heer", "verzoekt beleefd").
* Staat van het document: Handgeschreven in een duidelijk leesbaar cursief op gelinieerd papier. Bevat ambtelijke aantekeningen in de kantlijn voor opvolging ("Oproepen 10-11-43"). Dit document stamt uit oktober 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De administratie van markten in Amsterdam was in deze periode strikt gereguleerd. De Nieuwmarkt, gelegen nabij de toenmalige Jodenbuurt, had een turbulente periode achter de rug door de deportaties, waardoor de bezetting en toewijzing van standplaatsen extra beladen en bureaucreatiek was. Het document illustreert hoe burgers hun weg probeerden te vinden in de bureaucratische systemen van de gemeente om in hun levensonderhoud te kunnen blijven voorzien, zelfs tijdens de oorlog en bij persoonlijke fysieke tegenslag.