Archief 745
Inventaris 745-403
Pagina 336
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift/briefkaart.

4 november 1943.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift/briefkaart. 4 november 1943. [Rechtsboven:]
Amsterdam 4-11-'43
ni. msp [?]

[Midden:]
Mr!
verzoek U mij een Vergunning
willen verstrekken voor een "losse
standplaats" op de Noordermarkt en
Nieuwmarkt.

[Ambtelijke kanttekeningen onder de tekst:]
Gemeentevergunning
Boeknummer 2391.
Rijksvergunning 30206.
Onbekend [?]
v. Meerlant.
R.D. m.l.a.
33/29
[Linksonder:] 20/viii 43 O. Het document is een kort, formeel verzoek van een burger aan de betreffende instantie (waarschijnlijk de marktmeester of de gemeente Amsterdam) voor het verkrijgen van een standplaatsvergunning. De schrijver verzoekt om een "losse standplaats", wat duidt op een plek die per dag of per marktbeurt wordt toegewezen, in tegenstelling tot een vaste standplaats.

De locaties zijn specifiek: de Noordermarkt (bekend om de lapjesmarkt en biologische markt) en de Nieuwmarkt (een centraal marktplein in Amsterdam).

Onder de hoofdtekst zijn diverse administratieve aantekeningen toegevoegd door ambtenaren. Het vermelden van zowel een "Gemeentevergunning" als een "Rijksvergunning" wijst op de dubbele bureaucratische controle die in die tijd gebruikelijk was. De handtekening of naam "v. Meerlant" onderaan lijkt de behandelaar of de aanvrager te identificeren. Het document dateert uit november 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De economische activiteit en de distributie van goederen stonden onder streng toezicht. Voor het drijven van handel op de markt was toestemming van zowel lokale als nationale instanties vereist (vandaar de Rijksvergunning).

De Nieuwmarkt lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Tegen november 1943 was de Joodse bevolking grotendeels weggevoerd, wat de dynamiek van deze markt in die specifieke oorlogsjaren wrang en beladen maakte. Aanvragen voor standplaatsen werden in deze periode vaak getoetst aan de herkomst van de aanvrager (niet-Joods verklaringen waren vaak een vereiste voor commerciële vergunningen).

Samenvatting

Het document is een kort, formeel verzoek van een burger aan de betreffende instantie (waarschijnlijk de marktmeester of de gemeente Amsterdam) voor het verkrijgen van een standplaatsvergunning. De schrijver verzoekt om een "losse standplaats", wat duidt op een plek die per dag of per marktbeurt wordt toegewezen, in tegenstelling tot een vaste standplaats.

De locaties zijn specifiek: de Noordermarkt (bekend om de lapjesmarkt en biologische markt) en de Nieuwmarkt (een centraal marktplein in Amsterdam).

Onder de hoofdtekst zijn diverse administratieve aantekeningen toegevoegd door ambtenaren. Het vermelden van zowel een "Gemeentevergunning" als een "Rijksvergunning" wijst op de dubbele bureaucratische controle die in die tijd gebruikelijk was. De handtekening of naam "v. Meerlant" onderaan lijkt de behandelaar of de aanvrager te identificeren.

Historische Context

Het document dateert uit november 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De economische activiteit en de distributie van goederen stonden onder streng toezicht. Voor het drijven van handel op de markt was toestemming van zowel lokale als nationale instanties vereist (vandaar de Rijksvergunning).

De Nieuwmarkt lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Tegen november 1943 was de Joodse bevolking grotendeels weggevoerd, wat de dynamiek van deze markt in die specifieke oorlogsjaren wrang en beladen maakte. Aanvragen voor standplaatsen werden in deze periode vaak getoetst aan de herkomst van de aanvrager (niet-Joods verklaringen waren vaak een vereiste voor commerciële vergunningen).

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 3