Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Uittreksel uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 10 december 1943. No. 29/97/5 M. 1943
No. 1001 L.M. 1943. Straf marktkoopman.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam
Vrijdag, 10 December 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen :
De Burgemeester van Amsterdam :
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, Stuk 33, No. 152 Gemeenteblad 1941, afdeeling 4, volgno. 517) :
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen d.d. 30 November 1943 No. 29/97/3 M.;
Gelet op art. 39 van het Reglement op de Markten;
B e s l u i t :
den termijn van veertien dagen, gedurende welken de Directeur van het Marktwezen het recht tot het innemen van een plaats op een der markten heeft ontnomen aan J. Klugt, wegens het zich schuldig maken aan het verkoopen van pakjes gerookte bliek boven den vastgestelden maximumprijs, terwijl hij bovendien deze bliek buiten de vischverdeeling om had verkregen, met ingang van 13 December 1943 te verlengen met zes maanden, derhalve tot 12 Juni 1944.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak, bad- en zweminrichtingen (3 stuks).
Hi.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN * Inhoud: Het document betreft een administratieve strafmaatregel tegen de marktkoopman J. Klugt. Hij had aanvankelijk een schorsing van 14 dagen gekregen, maar deze wordt nu fors verlengd naar zes maanden.
* Vergrijp: Klugt heeft "gerookte bliek" (een soort witvis) verkocht tegen een prijs die hoger lag dan de wettelijk vastgestelde maximumprijs. Daarnaast had hij de vis illegaal verkregen ("buiten de vischverdeeling om"), wat duidt op handel op de zwarte markt.
* Juridische basis: Het besluit steunt op de "Achtste Verordening" van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart). Dit toont aan hoe de bezettingswetgeving diep doordrong in het lokale markttoezicht. De burgemeester voert hier in feite een bevel uit dat gebaseerd is op nationaalsocialistische ordeningsprincipes voor de economie.
* Administratieve structuur: Opvallend is de specifieke benaming van het wethouderschap: "Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen". Dit weerspiegelt de schaarste-economie van de oorlogstijd, waarin de distributie van basisbehoeften zoals voedsel en hygiëne centraal stond. Dit document stamt uit december 1943, een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. De Duitse bezetter had strikte distributieregels en prijsbeheersing ingevoerd om de schaarste te controleren en de eigen troepenvoorziening veilig te stellen.
De "zwarte markt" was een wijdverbreid fenomeen, maar de straffen voor marktkooplieden die zich hieraan schuldig maakten waren draconisch. Een verbod van zes maanden betekende voor een koopman in die tijd vaak het einde van zijn bron van inkomsten en levensonderhoud. De burgemeester van Amsterdam in deze periode was de door de Duitsers aangestelde regeringscommissaris Edward Voûte, die loyaal de verordeningen van de bezetter uitvoerde om de openbare orde en de economische discipline te handhaven.