Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 17 maart 1943. Wed. D. v/d Hoek-Dortch. Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. [Stempel linksboven:] No. 30/12/1 M. 1943 19/3
[Rechtsboven:] 655
[Rechtsboven:] A.dam. 17 Maart 1943.
Den Heer Directeur
van het Marktwezen
Alhier.
[Aantekening rechts:] of m.i. Insp [geparafeerd]
Mijnheer,
Daar mijn man 8 Dec van het vorig jaar is overleden
en ik geen gelegenheid had [boven de regel ingevoegd] zijn plaats te bezetten, nu heb ik
wel gelegenheid daarvoor, en zou ik graag met u
goed vinden zijn plaats bezetten, en natuurlijk het
benoodigde marktgeld daarvoor te betalen.
Hopende op een gunstig antwoord van U
te mogen ontvangen verblijf ik inmiddels
Hoogachtend
Wed. D. v/d Hoek-Dortch.
Roetersstraat No 5 II
Alhier (C).
[Handgeschreven ambtelijke nota onderaan:]
Insp.
Plaatsh. m.i.v. D. v.d. Hoek, is wegens opname in
een ziekeninrichting vrijgesteld van betaling van marktgeld.
Thans blijkt, dat H. reeds 8 Dec. j.l. is overleden. m.i. geen
bezwaar, dat echtgenoote de plaats inneemt, mits het
sedert 8 Dec j.l. verschuldigde marktgeld wordt vold. 202 In deze brief verzoekt de weduwe D. v/d Hoek-Dortch de directeur van het Marktwezen om de marktplaats van haar overleden echtgenoot over te mogen nemen. Haar man is op 8 december 1942 overleden. Zij geeft aan dat zij tot nu toe niet in de gelegenheid was de plaats in te vullen, maar dit nu wel wil doen, inclusief betaling van het verschuldigde marktgeld.
Onderaan het document staat een advies van de inspecteur (Insp.). Hieruit blijkt dat de overleden echtgenoot eerder was vrijgesteld van marktgeld omdat hij in een ziekeninrichting was opgenomen. De inspecteur adviseert dat er geen bezwaar is tegen de overname door de weduwe, mits het marktgeld dat sinds de overlijdensdatum (8 december) openstaat, alsnog wordt voldaan. Het document dateert uit maart 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de sociaaleconomische omstandigheden van die tijd. Marktkooplieden moesten over de juiste vergunningen beschikken en hun "marktgeld" (staangeld) betalen aan de gemeente Amsterdam.
De Roetersstraat ligt in de Plantagebuurt (Amsterdam-Centrum), een wijk die tijdens de oorlog zwaar werd getroffen door de deportaties. Het feit dat de man "vrijgesteld" was wegens ziekte duidt op een sociaal vangnet binnen de gemeentelijke regels van het Marktwezen. De afwikkeling van dergelijke vergunningen na een overlijden was essentieel voor het levensonderhoud van de nabestaanden. D. v.d. Hoek Gemeente Amsterdam Marktwezen