Officieel rapport van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Officieel rapport van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam. 24 januari 1944. J.H. de Grebber, ambtenaar bij de Dienst van het Marktwezen. [Links boven gestempeld:]
DIENST VAN HET MARKTWEZEN
te
A M S T E R D A M
[Rechts boven handgeschreven in potlood:]
Noorder markt.
[Midden boven:]
R A P P O R T
===============
[Links midden in blauw/paars stempel en potlood:]
No 33/16/2 M. 1943 $\frac{47}{T}$
[Handgeschreven in blauw potlood, schuin aan de linkerkant:]
door. controle
28-1-44
[onleesbare paraaf]
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van bijgaanden brief no. 33/16/1 M. 1943 31/12, heb ik, J. H. de Grebber, na daartoe bekomen opdracht een nader onderzoek ingesteld.
De in dit schrijven bedoelde Van Bambergen heeft van de Ned. Visscherijcentrale toestemming om zijn toewijzing visch in zijn winkel, Lindendwarsstraat alhier, te verkoopen. Een bevestiging hiervan zal door bedoelde Centrale een dezer dagen aan het Marktwezen worden gezonden.
Op Zaterdag, 23 Januari 1944, heb ik mij in de onmiddellijke omgeving van de Noordermarkt opgehouden. Bij het verlaten van de Noorder Markt (dus na den verkoop), heb ik de volgende vischhandelaren staande gehouden en gecontroleerd.
1e Plater. Deze had 1½ k.g. garnalen op zijn kar liggen. Was bestemd voor eigen gebruik.
2e Van Kampen en Van Schaick. Deze hadden op hun kar 4 k.g. bot liggen. Was bestemd voor eigen gebruik.
3e J. Schoos. Deze had op zijn kar 2½ k.g. brasem liggen. Was bestemd voor eigen gebruik.
4e J. Schouten en P. Schouten. Deze hadden op hun kar 5 k.g. brasem liggen. Was bestemd voor eigen gebruik.
Uit het bovenstaande blijkt dus, dat deze vischhandelaren hun toewijzing visch op de Noorder Markt hebben verkocht.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 24 Januari 1944.
De Ambtenaar voornoemd,
[w.g. handtekening:] J.H. de Grebber
[Onderaan:]
Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
A L H I E R Het document is een ambtelijk rapport over een controle op de vismarkt (Noorder Markt) in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van het onderzoek draait om de vraag of vischandelaars zich hielden aan de regels voor de verdeling en verkoop van vis.
In de tweede alinea wordt specifiek een handelaar genaamd Van Bambergen genoemd, die toestemming had om zijn toegewezen hoeveelheid vis in zijn winkel aan de Lindendwarsstraat te verkopen in plaats van op de markt.
De rapportage van 23 januari 1944 beschrijft hoe de ambtenaar vier groepen handelaren controleerde na afloop van de markt. Hoewel de handelaren claimden dat de vis op hun karren (variërend van garnalen tot bot en brasem) voor eigen gebruik was, concludeert de ambtenaar direct daaronder dat zij hun toewijzing op de Noorder Markt hadden verkocht. Dit wijst op een overtreding van de distributieregels: zij hadden de vis waarschijnlijk op de markt verkocht terwijl zij deze (indien zij een winkelvergunning hadden zoals Van Bambergen) elders hadden moeten verkopen, of zij hadden meer vis verhandeld dan toegestaan onder het strenge distributiestelsel. Het feit dat ze vis "over" hadden op hun karren na de markturen werd blijkbaar gezien als bewijs van illegale handel of onjuiste toewijzing. Dit document stamt uit januari 1944, een periode waarin de voedselvoorziening in bezet Nederland extreem krap was en strikt gereguleerd werd door distributie-instellingen.
- Dienst van het Marktwezen: Deze Amsterdamse gemeentelijke dienst hield toezicht op de markthandel en zorgde voor de naleving van verordeningen. Tijdens de oorlog werd hun rol cruciaal in het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de zwarte markt.
- Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC): Dit was een door de bezetter ingesteld controleorgaan dat de gehele keten van de visserij beheerde, van vangst tot consumptie. Zij bepaalden wie hoeveel vis kreeg (de 'toewijzing') en waar deze verkocht mocht worden.
- Voedselschaarste en Controle: Vis was een van de weinige eiwitbronnen die nog enigszins beschikbaar waren, maar de handel was aan strenge banden gelegd. Handelaren moesten exact verantwoorden wat zij inkochten en verkochten. Het "voor eigen gebruik" houden van significante hoeveelheden (zoals 5 kg brasem) werd door controleurs vaak gewantrouwd als een dekmantel voor illegale verkoop buiten de bonnen om.
- Locatie: De Noorder Markt is een historisch marktplein in de Jordaan. De Lindendwarsstraat ligt daar vlakbij, wat verklaart waarom controle in deze buurt plaatsvond.