Officiële bekendmaking (verordening).
Origineel
Officiële bekendmaking (verordening). Omstreeks 1942 (gebaseerd op referentie naar verordening No. 139/1942). Bekendmaking van den Commissaris-Generaal voor Financiën en Economische Zaken betreffende de registratie van motorrijtuigen-aanhangwagens, onderdeelen van motorrijtuigen en voorraden benzine, motorolie en vetten, alsmede betreffende het vervreemden en afstand doen van motorrijtuigen en aanhangwagens. (Bekendmaking registratie en beschikking motorrijtuigen).
Op grond van de artt. 1 en 9 van de verordening No.139/1942, betreffende de registratie en de vordering van goederen, wordt bekend gemaakt:
Artikel 1.
(1) Van motorrijtuigen, aanhangwagens, onderdeelen van motorrijtuigen, alsmede voorraden benzine, motorolie en vetten moet in den toestand, waarin deze verkeeren op het tijdstip van het in werking treden van deze bekendmaking, binnen één week door de eigenaren en bezitters aangifte worden gedaan bij den burgemeester van de gemeente, waarin de standplaats van het motorrijtuig of van het aan te geven voorwdrp, zich bevindt. Evenzoo moet van motorrijtuigen aangifte worden gedaan, welke voor het in werking treden van deze bekendmaking zijn omgebouwd of gedemonteerd.
(2) De eigenaar en bezitter van een motorrijtuig, dat na het in werking treden van deze bekendmaking in het bezette Nederlandsche gebied wordt ingevoerd, moet van dit voertuig binnen 2 weken na den invoer aangifte doen bij den burgemeester van de gemeente, waarin dit zich bevindt, tenzij dit binnen burgerinn termijn het bezette Nederlandsche gebied wederom heeft verlaten.
Artikel 2.
(1) Zonder schriftelijke toestemming van den bevoegden Rijksinspecteur van het Verkeer is het verboden:
(1) een motorrijtuig, een aanhangwagen of een onderdeel van een motorrijtuig te vervreemden;
(2) een motorrijtuig of een aanhangwagen, indien het voertuig zijn gewone standplaats binnen het bezette Nederlandsche gebied heeft, langer dan vijf dagen buiten zijn standplaats te laten;
(3) het bezit van een motorrijtuig of aanhangwagen langer dan een maand bij een derde te laten;
(4) de transportcapaciteit, de wijze van aandrijving of het chassis van een motorrijtuig of een aanhangwagen in aanzienlijke mate te veranderen of van een motorrijtuig of aanhangwagen op zoodanige wijze onderdeelen te verwijderen dat de geschiktheid tot het gebruik van het motorrijtuig of de aanhangwagen als zoodanig in aanzienlijke mate wordt beperkt;
(5) zijn bemiddeling te verleenen bij handelingen, bedoeld onder 1 tot en met 4; als bemiddeling wordt ook beschouwd het publiceeren van een advertentie in een nieuwsblad of tijdschrift.
(2) Wie den eigendom van een motorrijtuig of aanhangwagen ten gevolge van een executie of door het leggen van een conservatoir beslag verliest moet dit terstond bij den bevoegden Rijksinspecteur van het Verkeer opgeven.
(3) De bevoegde Rijksinspecteur van het Verkeer in den zin van de leden 1 en 2, is de Rijksinspecteur van het Verkeer, in wiens district de standplaats van het motorrijtuig of den aanhangwagen zich bevindt, of, wanneer deze plaats niet is vast te stellen, in wiens district zich het motorrijtuig, de aanhangwagen of het onderdeel van een motorrijtuig bevindt.
Artikel 3.
(1) De eigenaren en bezitters van motorrijtuigen of aanhangwagens, welke door den Weermachtsbevelhebber in Nederland te zijner beschikking worden gehouden ("sichergestellt sind") mogen slechts met toestemming van de door den Weermachtsbevelhebber in Nederland bepaalde instantie over deze motorrijtuigen of aanhangwagens beschikken, eenige veranderingen hieraan aanbrengen of de standplaats wijzigen. De eigenaren en de bezitters van motorrijtuigen of aanhangwagens, welke door de "Amtsgruppe Motorisierung" van den Algemeen Gemachtigde voor de Bewapening in beslag genomen zijn om te worden aangekocht, mogen alleen met toestemming van de "Amtsgruppe" over deze motorrijtuigen of aanhangwagens beschikken, hieraan eenige veranderingen aanbrengen of de standplaats wijzigen.
De volgens artikel 2 benoodigde toestemming van den bevoegden
(einde van de getoonde pagina) Dit document is een juridisch instrument van het Duitse bezettingsbestuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het doel is tweeledig:
1. Inventarisatie: De bezetter wilde exact weten waar elk voertuig, elk reserveonderdeel en elke liter brandstof zich bevond. Dit was essentieel voor de latere vordering (confiscatie) ten behoeve van de Duitse oorlogsmachine.
2. Immobilisatie: Door strikte regels op te leggen aan de standplaats, het eigendom en technische aanpassingen, voorkwam de bezetter dat voertuigen onttrokken konden worden aan het zicht (bijvoorbeeld door ze te verstoppen bij derden) of onklaar gemaakt werden (sabotage).
Opvallend is de gedetailleerde vermelding van de "Amtsgruppe Motorisierung", die verantwoordelijk was voor de logistiek van de Wehrmacht. De tekst bevat enkele typische taalgebruiken uit de bezettingstijd, zoals het gebruik van "vordering" en de archaïsche spelling (bijv. "zoodanige", "onderdeelen"). Er zijn ook enkele typefouten zichtbaar, zoals "voorwdrp" in plaats van "voorwerp". In 1942 nam de schaarste aan materieel en brandstof voor de Duitse Wehrmacht aan het Oostfront en in de bezette gebieden drastisch toe. Dit document vloeit voort uit Verordening 139/1942 van de Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandsche gebieden (Arthur Seyss-Inquart).
In de praktijk betekende deze bekendmaking dat de Nederlandse bevolking vrijwel volledig de zeggenschap over haar eigen transportmiddelen verloor. Veel van de geregistreerde voertuigen werden kort na deze registratie gevorderd en naar Duitsland getransporteerd of ingezet voor troepenvervoer. Het niet opvolgen van deze voorschriften werd beschouwd als economische sabotage en kon zwaar gestraft worden. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering lag deels bij Nederlandse burgemeesters, wat hen in een lastige positie bracht tussen de eisen van de bezetter en de belangen van de lokale bevolking.